zondag 10 april 2016

Tolerantie.

WAT IS TOLERANTIE?


theodewitOver wat de ethische deugd van de tolerantie inhoudt bestaat onder filosofen en historici een verrassend grote eensgezindheid. Tolerantie is de aanvaarding van praktijken, handelingen en overtuigingen die je tegelijkertijd hartgrondig afwijst.
Door: Theo de Wit
De socioloog Kees Schuyt heeft het kortweg over ‘het onderdrukken van de neiging om te onderdrukken’. Een mooie filosofische definitie geeft Paul Ricoeur: tolerantie is ‘de vrucht van een vorm van ascese in de uitoefening van de (persoonlijke of publieke) macht. Zij is een individuele of publieke deugd, die erin bestaat, niet in te grijpen, te interveniëren of te verhinderen, af te zien van bepaalde eisen, hoewel dat in mijn/ons vermogen ligt.’
Intolerantie kan vanuit deze definities worden begrepen als ingrijpen in praktijken en het trachten te verbieden van opinies die ons niet zinnen. Deze betekenis van het begrip gaat al terug naar de tijd van de godsdienstoorlogen in de zestiende en zeventiende eeuw, waar het ging om het verdragen van dissident geleefd geloof en dus om het opgeven van het ideaal van een in religieus opzicht homogene politieke gemeenschap.
Een paar actuele voorbeelden. Ik kan de mening van een columnist of politicus verafschuwen, maar er tegelijkertijd zelfs voor opkomen dat zij wel de ruimte en de vrijheid krijgt die mening te laten horen. Ik kan een grote weerzin voelen tegen boerka’s, maar toch opkomen voor de vrijheid van godsdienst die deze dracht mogelijk maakt. Volgens sommige historici was Voltaire een van de eersten die opkwam voor tolerantie in deze zin van het woord.
Maar waarom zou ik mijn neiging om die columnist te ontslaan (gesteld dat ik over die macht beschik) eigenlijk onderdrukken? Waarom zou ik praktijken die ik hartgrondig afwijs eigenlijk aanvaarden, vanwaar mijn impuls om weerzinwekkende opinies te weren eigenlijk onderdrukken? Is dat niet eerder een vorm van lafheid, een merkwaardige vorm van masochisme, een gebrek aan een rechte rug of minstens laakbare onverschilligheid? Hier komen we bij de kern van het begrip tolerantie. Het antwoord moet zijn: omdat er door tolerantie iets zeer belangrijks wordt beschermd waardoor ik bereid ben de prijs en de moeite van de verdraagzaamheid betalen. Dat beschermwaardige is in het  voorbeeld van de columnist het vrije publieke debat, zo cruciaal voor een democratie, dat mede door tolerantie van meningen, óók onaangename of afwijkende, mogelijk wordt gemaakt. In het voorbeeld van de boerka is dat de vrijheid van godsdienst, een van de eerste van de reeks vrijheden die onze moderne rechtsstaat schragen.
De centrale paradox van de tolerantieEr is veel gediscussieerd over ‘paradoxen’ die in het begrip tolerantie schuil zouden gaan. In 1995 bracht Bernard Williams de centrale paradox van de tolerantie als volgt onder woorden: ‘Tolerantie lijkt onmogelijk, want ogenschijnlijk vraagt zij van ons dat wij van mening zijn dat een bepaald geloof of een bepaalde praktijk volstrekt verkeerd of slecht is, maar er tegelijkertijd iets intrinsiek goeds in zien wanneer wij die laten gedijen.’
Toch hoeft van een paradox geen sprake te zijn wanneer wij inzien dat goed begrepen tolerantie altijd in dienst staat van een hoger goed dat door haar wordt beschermd en die de tolerantie tegelijkertijd begrenst; zij kan dus nooit zelf de hoogste waarde zijn. In zo’n hoger collectief goed is de tolerantie ingebed. Wie tolerantie bijvoorbeeld bepleit omdat zij de ‘open samenleving’ mogelijk maakt, geeft daarmee aan dat deze open samenleving zelf niet ‘geopend’ en prijsgegeven kan worden. Wordt deze (ernstig) bedreigd, dan naderen we ook de grens van de tolerantie.
De enige maar ook absolute grens bij de tolerantie in het  voorbeeld van de columnist is het gebruik van geweld of het oproepen of dreigen daarmee, omdat dat het publieke debat zelf vermoordt. Wat dat betreft is er weinig reden om tevreden te zijn met het Nederlandse  tolerantieklimaat, want met grote regelmaat horen wij over ernstige bedreigingen in de richting van mensen die in het openbaar meningen verkondigen die anderen niet bevallen, recentelijk nog bij de discussie over Zwarte Piet.
Oorlogszuchtige tolerantieEr is nog een andere ontwikkeling die tolerantie in bovengenoemde zin ondermijnt. ‘Cultuur’ of  beschaving en zelfs ‘traditie’ is vandaag voor menigeen de aanduiding van zoiets als een politieke scheidslijn. Dat is een zeer opmerkelijke ontwikkeling. Het is dan niet langer ‘ideologie’ die ons verdeelt, zoals ten tijde van de Koude Oorlog (socialisme of kapitalisme), ook niet zozeer onze staatsvorm (democratisch of niet), maar de cultuur en zelfs de religie als onderdeel daarvan. Wij mogen in Nederland de laatste jaren dan afscheid hebben genomen van een ietwat rozig idee over een ‘multiculturele samenleving’ als een harmonieuze samenzang van vele culturele stemmen, maar we zijn onszelf en anderen nog steeds blijven beoordelen in termen van ‘cultuur’. We zijn kortom geen multiculturalisten meer maar des te meer ‘culturalisten’. Voor menigeen staan de zaken vandaag zelfs zo: ‘wij’ hebben cultuur (beschaving, vrijheid, gelijkheid etc), maar ‘zij’ zijn cultuur, dat wil zeggen nog steeds in de greep van niet-liberale cultuurwaarden en een ‘achterlijke’ religie.
Deze nieuwe politieke verdeling en verdeeldheid raakt ook het begrip tolerantie. Want wat gebeurt er als tolerantie onderdeel wordt van een cultuurstrijd? Dan verliest het begrip zijn zelfbeperkende en zelfkritische kracht en wordt het op zijn beurt de aanduiding van een scheidslijn, namelijk die tussen tolerante en niet-tolerante culturen of religies. Tolerantie verandert dan van de deugd van de terughoudendheid (niet ingrijpen, niet verhinderen etc.) in een eigenschap waarmee ik mijzelf en mijn cultuur feliciteer en waarmee ik de ander zijn tekort inwrijf. Laten we een nauwkeuriger kijken naar  deze opmerkelijke ontwikkeling.
Tolerantie als wapen in een cultuurstrijdEen derde betekenisverschuiving van tolerantie heb ik eerder al aangeduid als een tolerantie die oorlogszuchtig wordt. Volgens de Amerikaanse politiek filosofe Wendy Brown moeten we weerstand bieden aan de verleiding om de ‘deugd’ van tolerantie in de fantasie los te maken van macht en onderwerping en te associëren met alles wat goed en humaan is. Want dit is precies wat er in bepaalde operaties van een liberaal-imperiale politiek gebeurt: deze politiek kan tolerant zijn jegens ‘diversiteit’ omdat zij zelf als ‘neutraal’ en ‘universeel’ poseert en daarom de scheidsrechter van culturele en religieuze pluraliteit kan zijn. Het conservatisme is op dit punt eerlijker, omdat het erkent dat zijn waarden en loyaliteiten verbonden zijn met de nationale cultuur.
Vandaag, zo luidt Browns kritische observatie, kan tolerantie conflicten depolitiseren, soms zelfs een substituut worden voor rechtvaardigheid, en ten slotte ook bepaalde individuen en groepen als inherent inferieur en ‘intolerant’ labelen en zo dienen als voorwendsel voor (gewelddadige) interventie. 
Zoals we weten was het Geert Wilders die in 2007 de laatste stap zette in deze curieuze gedaanteverandering van de tolerantie in de richting van een wapen in een cultuurstrijd. Zijn partij pleitte vanaf dat moment voor de opschorting van de vrijheid van godsdienst voor moslims in naam van de vrijheid. Dit mag ons absurd in de oren klinken, maar het is niets anders dan de (onder meer uit de Republiek van Weimar bekende) logica van de ‘uitzonderingstoestand’. Bij Wilders is het altijd vijf voor twaalf, en dus zijn er uitzonderlijke maatregelen nodig. In concreto: om de vrijheid als de naam van onze politieke orde te redden (denk aan uitdrukkingen als ‘het vrije Westen’ of de Duitse Freiheitlich Demokratischer Grundordnung) moeten wij bepaalde burgerlijke vrijheden als tijdelijke maatregel opschorten. Exit de godsdienstvrijheid voor moslims. In dit nieuwe discours is intolerantie de morele en politieke plicht van beschaafde mensen en democratische politici. Tolerantie staat dan niet langer in dienst van de morele autonomie zoals bij Mill of zelfs maar de lieve vrede (zoals bij iemand als Spinoza. Zij is nu een wapen geworden in de polemische zelfbevestiging en politieke afgrenzing van onze politieke orde in naam van de ‘wil’ van het volk.
GodsdienstvrijheidEen andere betekenisverschuiving. In haar nieuwe boek over de nieuwe intolerantie jegens religie (vooral de islam in Europa en de Verenigde Staten)  maakt de filosofe Martha Nussbaum zich niet schuldig aan de variant van politieke correctheid die Furedi bekritiseert – het verplichte applaus voor groepsverschillen – maar verdedigt  zij een belangrijke stelling, namelijk dat het van groot belang is ‘dat we de omstandigheden in de wereld zodanig bijschaven dat niet alleen de vrijheid om te geloven beschermd is, maar ook de vrijheid om openlijk van dat geloof blijk te geven en de riten die daarvan deel uitmaken uit te voeren.’ Wie dit onderschrijft heeft nog heel wat te doen, en bepaald niet alleen in Europa of de Verenigde Staten!
Zij demonstreert vervolgens overtuigend dat de zo opgevatte godsdienstvrijheid in de Verenigde Staten beter beschermd is dan in Europa, iets wat deels historisch verklaarbaar is en deels samenhangt met een onderliggende opvatting over wat een politieke gemeenschap is. Veel van de kolonisten die naar de Amerikaanse kolonies trokken hoopten daar godsdienstvrijheid te vinden en niet louter ‘tolerantie’, een begrip dat lange tijd bleef verwijzen naar hiërarchisch georganiseerde samenlevingen en naar meerderheden die minderheden ‘grootmoedig’ hun rechten gunden. En als een rode lijn door haar boek loopt Nussbaums kritiek op de door Europese natiestaten nagestreefde religieuze, etnische of nationale ‘homogeniteit’ die minderheden liever assimileert dan tegemoet komt of ‘accommodeert’ zoals in de Verenigde Staten meestal het geval is.
Zo beoordeelt Nussbaum  het Franse laïcité-stelsel als ‘een non-religie als staatsreligie’(the establishment of non-religion), dus als een soort seculiere religie. Zij wordt hierin deels gesteund door Jean Bauberot, de bezetter van de enige leerstoel over de laïcité in Frankrijk, die de laïcité als een Franse vorm van civil religion beschouwt. Over Amerika’s eigen civil religionzwijgt Nussbaum overigens merkwaardigerwijs in alle talen. Maar is dat niet de Amerikaanse variant van de nationale ‘homogeniteit’? Ik vrees wel dat Nussbaum gelijk heeft waar het gaat over de Europese natiestaten. Deze hebben, in het bijzonder in crisistijden zoals momenteel, de neiging zich te gaan opvatten als een soort ‘gated communities’, maar dan op nationale schaal, waarin de alleen wenst om te gaan met ‘ons soort mensen’ en minderheden gelijke ruimte weigert. Het is ongetwijfeld om die reden dat zij in haar boek pleit voor ‘inlevende verbeelding’, vooral in de wereld en de ervaringen van minderheden.

Theo de Wit is bijzonder hoogleraar Vraagstukken geestelijke verzorging in justitiële inrichtingen aan de Universiteit van Tilburg.
Hij 
maakt deel uit van het W!J-wetenschapsteam dat op Nieuwwij.nl blogt over nieuwe ontwikkelingen op het gebied van culturele en religieuze diversiteit. Bovenstaande tekst is de lezing over tolerantie die Theo de Wit op 16 april in Almere heeft gehouden. 

vrijdag 25 maart 2016

Religieuze en openbare scholen moeten samengaan?

Christelijke scholen zijn niet meer van deze tijd.

Carel Verhoef − 25/03/16, 06:00
© anp. Leerlingen van basisschool De Fontein in Den Haag genieten van hun paasontbijt op school.
OPINIE De samenleving is de laatste halve eeuw sterk veranderd en christelijk onderwijs past er niet meer in, stelt Carel Verhoef. 
Religieuze en openbare scholen moeten samengaan.
  •  
    Het is redelijk om bepaalde 'christelijke privileges' tegen het licht te houden en deze te wijzigen of af te schaffen
In Trouw van 15 maart staat een interview met ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers. Daarin geeft hij terecht aan dat de manier waarop een samenleving met minderheden omgaat een lakmoesproef is voor beschaving. Volgens Segers wordt hieraan in liberale kring getornd. "Religieuze mensen moeten een beetje normaal doen met hun eigen scholen en kosjere slacht", aldus Segers. Er zou zelfs sprake zijn van 'paybacktime'; er zou een rekening worden vereffend.

Segers ziet over het hoofd dat het niet gaat om 'een beetje normaal doen' of om paybacktime, maar om zeer principiële zaken. Kritiek op ritueel slachten komt voort uit zorgen over dierenleed. Het gelijkheidsbeginsel (artikel 1 van onze Grondwet) is in het geding bij het niet toelaten van vrouwen tot kerkelijke functies en het ontslaan of niet benoemen van homodocenten door christelijke scholen.

Onze samenleving is de laatste halve eeuw sterk veranderd. Het is redelijk om bepaalde 'christelijke privileges', zoals Segers ze noemt, tegen het licht te houden en, wanneer de maatschappelijke noodzaak zich aandient, deze voorrechten te wijzigen of af te schaffen.
  •  
    Hoe 'deugdelijk' is ons onderwijs wanneer op confessionele bijzondere scholen het creationisme boven de evolutieleer wordt gesteld?
Creationisme
Op het gebied van het onderwijs kan men zich afvragen of de vrijheid van onderwijs (artikel 23 van de grondwet) nog is afgestemd op onze ontzuilde, ontkerkelijkte, geseculariseerde en gesegmenteerde samenleving. Het huidige onderwijsbestel stimuleert de integratie van met name allochtone jongeren niet, het bevordert juist de segregatie. Al in 2007 noemde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid de segregatie de 'achilleshiel van het onderwijs'. En eind 2015 concludeerde het Sociaal Cultureel Planbureau dat de segregatie zorgwekkend is.

Niet alleen de segregerende werking van artikel 23 moet ter discussie worden gesteld. Artikel 23 spreekt in lid 5 en 6 ook over 'deugdelijk' onderwijs. Hoe 'deugdelijk' is ons onderwijs wanneer op confessionele bijzondere scholen het creationisme of de theorie van Intelligent Design boven de evolutieleer wordt gesteld, of de ouderdom van de aarde op zesduizend jaar wordt berekend?

Scholen behoren tot de publieke ruimte. Krachtens de scheiding van kerk en staat behoort daar geen leerstellig godsdienstonderwijs gegeven te worden. Een door de staat gesubsidieerde school is geen veredelde zondagsschool, koran school, instituut voor transcendente meditatie of instelling voor bijbel studie. Leerstellig godsdienstonderwijs hoort thuis in het gezin, de kerk, de synagoge, de moskee en de tempel.

Ook het christelijk onderwijs is sterk veranderd. Veel christelijke scholen zijn zo 'verwaterd' dat er vrijwel geen verschil meer is met openbaar onderwijs.

Samenvoegen
Onze samenleving vraagt nu om een onderwijsbestel dat de sociale cohesie en integratie bevordert en de kloof tussen kansarme en kansrijke leerlingen verkleint. Dat vereist een structurele verandering. Ik pleit voor het samenvoegen van openbaar en confessioneel bijzonder onderwijs tot gemengde scholen. Daar krijgen jongeren van elke culturele, etnische, sociale en religieuze achtergrond dan gezamenlijk hun opleiding en vorming. Daar wordt hen respect, tolerantie en wederzijds begrip bijgebracht.

We hebben een onderwijsbestel nodig dat boven alle verschillen uitstijgt en zoekt naar wat ons allen bindt. Waar niet het beperkte groepsbelang van een geloofsgemeenschap prevaleert, maar het belang van de samenleving. Samenleven en integratie beginnen bij gezamenlijk onderwijs. De maatschappelijke noodzaak dwingt ons het 'christelijk privilege' van de vrijheid van onderwijs in te perken. Niet bij wijze van 'payback' of om 'een beetje normaal te doen', maar omdat onze samenleving dat eist.

Carel Verhoef is auteur van 'Inperking vrijheid van onderwijs. De maatschappelijke noodzaak tot herziening van artikel 23 van de grondwet'.

woensdag 17 februari 2016

Moet de staat zich bemoeien met de moraal van de burgers?

Moet de staat zich bemoeien met de moraal van zijn burgers?

Ger Groot − 09/02/16, 13:37
© anp. 'Nog maar een paar jaar geleden koketteerde Eurocommissaris Neelie Kroes (foto) met quota voor vrouwen aan de top.'
COLUMN Je kunt er de klok op gelijkzetten. Ergens in het publieke debat wordt een misstand of onwenselijkheid ontdekt, en prompt roept iemand dat de overheid met dwingende maatregelen moet komen. Zaterdag was het opnieuw raak. 'Ook in Nederlandse filmwereld ontbreekt kleur', constateerde deze krant - nadat in de VS reuring was ontstaan over te 'witte' Oscars. Nee, liever geen quotum, zo reageerden de meeste geïnterviewden. Maar de acteur Raymi Sambo bleek die fase voorbij. 'Ik geloof dat het van bovenaf opgelegd moet worden', zei hij.
  •  
    Zodra de staat dat meent zelf het beste te weten, gaat hij morele voorschriften opleggen
Dat geloof in de macht van de overheid is prijzenswaardig, maar misschien wat té goedbedoeld. Want waar wetten en geboden van hogerhand de burger trachten op te voeden, blijken ze gewoonlijk glorieus te falen. Mensen houden niet van dwang en plegen zich er balsturig tegen te verzetten. De goede zaak krijgt er van de weeromstuit een onaangenaam imago door, en dan ben je nog verder van huis.

Vrijheid is een prachtig politiek ideaal, betoogde de Russisch-Britse filosoof Isaiah Berlin al een halve eeuw geleden. Maar een staat moet het aan de burgers zelf overlaten hoe zij daaraan vorm willen geven. Zodra de staat dat meent zelf het beste te weten, gaat hij morele voorschriften opleggen, en voor je het weet ben je van een vrije samenleving beland in wat Hans Goslinga diezelfde zaterdag een 'surveillancestaat' noemde. Want op de naleving van al dat verplicht gestelde moois moet wel toezicht worden gehouden en hardnekkig onwilligen moeten worden gestraft.

Positieve vrijheid
Goslinga dacht daarbij vooral aan de roep om recht en orde op de rechterflank van het politieke spectrum. Maar links heeft zich van oudsher nog veel actiever betoond in haar verlangen naar 'positieve vrijheid'. De samenleving moest anders, en men had haast. De dwang van de staatsmacht bleek een verleidelijk middel om het ideaal per decreet te kunnen invoeren.

Links en rechts geven elkaar inmiddels weinig meer toe. Nog maar een paar jaar geleden koketteerde Eurocommissaris Neelie Kroes met quota voor vrouwen aan de top. De liberale politica bleek plots niet vies van bijna bolsjewistische staatsinmenging, want ook zij had haast. Het voorzitterschap van de EU lonkte - tevergeefs. Sindsdien is mevrouw Kroes weer een stuk minder bolsjewistisch.
  •  
    Wie werkelijk iets wil veranderen, moet zijn haast weten te beheersen
Misschien moet de staat zich niet al te veel met de moraal van zijn burgers bemoeien. Criminaliteit moet hij bestrijden: daar heeft hij zijn wetten voor. Maar burgers hebben zich in hun sociaal contract niet onder zijn geweldsmonopolie geplaatst om in hun private en maatschappelijk leven door hem te worden betutteld - met datzelfde geweldsmonopolie als stok achter de deur.

Zelfbedrog
De daadkracht die de staat daaraan ontleent is bovendien nogal bedrieglijk. Een boef zet je relatief gemakkelijk achter de tralies, maar van een samenleving verander je een stuk minder eenvoudig de mores en vanzelfsprekendheden. Daar verlopen de ontwikkelingen traag en de bruuske machtsmiddelen van de staat glijden daar gemakkelijk op af. Resultaten op korte termijn berusten grotendeels op zelfbedrog. Wie werkelijk iets wil veranderen, moet zijn haast weten te beheersen.

Dat is geen aangename wetenschap voor een tijd die instant-oplossingen eist. Ongeduld is misschien de voornaamste ondeugd van de moderniteit, die daarin al zo vaak is teleurgesteld zonder er veel van te leren. 'Verkroppen' noemde de filosoof Heidegger de knarsetandende bescheidenheid die zij zich node eigen zou moeten maken. Geen wanhoop, maar vertrouwen dat het op de lange duur wel goed komt. Dat zou pas een echte omwenteling zijn.

donderdag 11 februari 2016

onder ongelovigen

De film "Onder ongelovigen" is te vinden op het volgende adres:



http://www.human.nl/onder-ongelovigen.html


Zeer de moeite van het bekijken waard.

dinsdag 2 februari 2016

Zorgelijke ontwikkeling .......

Hoe de straat steeds verder de klas binnendringt

Wilfred van de Poll − 02/02/16, 10:50
© Censuur.
Onderzoek voor het ministerie laat zien dat zowel de allochtone als de autochtone student radicaliseert. Zorgelijk, maar, zo nuanceert Margalith Kleijwegt: 'Ik zoom in op waar het schuurt'.
  •  
    Terwijl allochtone studenten het idee hebben dat ze worden achtergesteld en gediscrimineerd, voelen autochtone studenten zich bedreigd
Aylan Kurdi is niet dood. De foto van het verdronken Syrische peutertje was nep, om het Westen medelijden te laten krijgen voor vluchtelingen.

Charlie Hebdo? Dat waren geen moslims. Zionisten zaten achter de aanslag, om islamofobie aan te wakkeren.

Beide complottheorieën hoorde journaliste Margalith Kleijwegt het afgelopen jaar veelvuldig. In opdracht van het ministerie van onderwijs en cultuur bezocht ze vmbo's, mbo's en hbo's in alle hoeken van het land, van Amsterdam tot Hengelo en van Huizen tot Den Haag. Veel 'witte' leerlingen geloofden niet dat Aylan dood was. En veel 'zwarte' leerlingen weigerden de officiële versie over Charlie Hebdo voor waar aan te nemen.

Twee werelden
Beide kanten radicaliseren volgens Kleijwegt. 'Terwijl allochtone studenten het idee hebben dat ze worden achtergesteld en gediscrimineerd, voelen autochtone studenten zich bedreigd en vragen ze zich angstig af hoe dat straks moet als ze, zoals zij zeggen, in de minderheid zijn', schrijft ze in haar rapport 'Twee werelden, twee werkelijkheden'. Ze overhandigde het gisteren aan minster Jet Bussemaker. Die vroeg Kleijwegt - bekend om boeken waarin ze leerlingen met een migrantenachtergrond portretteert - in beeld te brengen hoe gevoelige maatschappelijke kwesties de klas binnen komen.

Om dat te onderzoeken bezocht Kleijwegt zeventien zwarte, witte en gemengde scholen, waarvan ze kon vermoeden dat er dingen speelden. Ze woonde lessen bij en sprak met directeuren, docenten en studenten. Haar voornaamste conclusie is dat tegenstellingen groter worden. Tussen leerlingen onderling, en tussen leerlingen en docenten. De straat dringt verder het klaslokaal in. Ze heeft het over een toename van 'grove omgangsvormen, gebrek aan zelfreflectie en empathie'.

Positief vond ze dat veel thema's in de klas 'heel bespreekbaar' zijn. In het verleden zag ze dat minder. Toch beperkte het contact tussen autochtonen en allochtonen zich vaak tot het 'hoognodige', vertelt ze aan de telefoon. "Ik heb meegemaakt dat PVV-stemmers en gelovige moslims van wie sommigen naar Mekka waren geweest, letterlijk aan beide kanten van de klas zaten. Ze waren maar matig in elkaar geïnteresseerd. Ze co-existeerden."
  •  
    Directeuren en docenten hebben al genoeg andere dingen op hun bordje, aandacht voor burgerschap schiet er dan soms bij in
  • © Margalith Kleijwegt.
Vervreemd
Een trend die haar op 'witte' scholen opviel, was een groeiende aversie tegen asielzoekers en allochtonen onder hun leerlingen. "Bijna angstaanjagend", vond een docent van een mbo in Leiden dat. Kleijwegt: "Het was een jaar waarin er veel gebeurde. Charlie Hebdo, de vluchtelingenstroom. Dat zag je terug in de klas. Mensen die tegen vreemdelingen protesteren, hebben ook schoolgaande kinderen. Met welke denkbeelden over de ander gaan die het klaslokaal in?"

Op 'zwarte' scholen merkte ze dat moslimjongeren zich vervreemd voelen van Nederland. 'Een gevoel van krenking ligt voortdurend op de loer', schrijft Kleijwegt. Al dan niet terecht. Sommigen zeiden later in een islamitisch land te willen wonen. Docenten zagen een toename van strenggelovige leerlingen. Die docenten soms op het rechte pad proberen te brengen. 'Juf, we zien uw vormen!'

'Klopt', antwoordde die juf snedig. 'Daar zit ik vijf keer per week voor in de sportschool.'

Sociale media
Niet iedere docent is zo onverstoorbaar. Velen voelen zich machteloos. 'Niemand houdt ze tegen, de wijkagent niet, de moskee niet', citeert Kleijwegt een schooldirecteur in Den Haag. 'Het probleem is juist dat niemand greep op ze heeft. De invloed van sociale media bij deze jongeren is gigantisch, die strijd hebben we allang verloren.'

Andere docenten toonden zich optimistischer. Maar ook zij leken zich vaak geen raad te weten met radicaliserende leerlingen. Kleijwegt hoorde van ronselaars en van kinderen die opeens verdwenen. Een leerling werd gearresteerd en ging drie jaar de bak in voor ronselen - de leraren waren 'verbijsterd'. Ze hadden het nooit achter hem gezocht.

Kleijwegt wil ervoor waken een té grimmig beeld te schetsen. "Dat zou geen recht doen aan de werkelijkheid. Die is nu eenmaal ingewikkeld en genuanceerd. Ik zag ook plekken waar het goed ging. Waar leerlingen tijdens lessen filosofie en socratische gesprekken kritisch leerden nadenken. Beargumenteren wat ze vinden. Dat bleek enórm goed te werken. Oók op vmbo-niveau."

Gepolariseerd beeld
Bovendien, zeg ze, heeft ze vooral die scholen bezocht waarvan ze wist dat er problemen waren. "Op andere scholen zal het zeker minder heftig zijn. Ik zoom in op waar het schuurt, maar zelfs daar zag ik ook veel leerlingen die niet pasten in dit gepolariseerde beeld. Dat benoem ik ook in mijn rapport. Jongeren die het opbrachten om door te knokken, ook al waren ze afgewezen bij een stage. Ze kregen vaak goed hulp van docenten en mentor."

Scholen die een duidelijke visie hadden, docenten actief ondersteunden en hen voorhielden vooral de discussie aan te blijven gaan deden het beter dan de andere, zag ze. Die meeste scholen die ze bezocht, hadden zo'n duidelijk visie niet. "Ik snap dat wel. Directeuren en docenten hebben al genoeg andere dingen op hun bordje, aandacht voor burgerschap schiet er dan soms bij in", zegt Kleijwegt. "Toch is die aandacht nodig. Met één lesuurtje burgerschap per week kom je er niet."

vrijdag 29 januari 2016

Digitaal proletariaat

De mens als speelbal van Silicon Valley


© Jenna Arts.
INTERVIEW Filosoof Hans Schnitzler staat sceptisch tegenover de verslavende gemakken van de digitale techniek. De schrijver van 'Het digitale proletariaat' probeert zijn studenten bewust te maken van de invloed van techniek op hun mens-zijn.

 Hans Schnitzler"

Als ik op een perron sta en ik zie al die naar beneden gerichte gezichten, gekluisterd aan kleine schermpjes, dan moet ik denken aan het archetype van de junk", zegt Hans Schnitzler. "De smartphone-gebruiker vertoont dezelfde gejaagdheid, het dwangmatige gedrag, de onstilbare honger."

Filosoof Hans Schnitzler is allerminst tegen innovatie of techniek, hij gelooft dat de mens een technologisch wezen is. Toch zou je hem een techniekscepticus kunnen noemen. Hij schreef 'Het digitale proletariaat', waarin hij laat zien hoe de niet-kritische internetgebruiker, het gros van de mensen dus, zich sluipenderwijs overlevert aan commerciële krachten.

De digitale proletariër (van proles, nakomeling) heeft in de nabije toekomst uitsluitend nog zeggenschap over zijn eigen voortplanting, stelt Schnitzler. Al zijn overige vermogens en geestelijke bekwaamheden heeft hij uitbesteed aan machines. Zelf denken is er niet meer bij, de mens is verworden tot een radertje in de machines van de techniektitanen van Silicon Valley.

Grote woorden. Schnitzler houdt van filosoferen met de behangerskwast. Hij broedt op een nieuw boek. "Ooit was er een menstype dat wij omschreven als wereldvreemd. Jongens die sociaal gezien niet helemaal mee konden komen, we noemden ze: nerds. Nu laten we deze nerds onze sociale netwerken bouwen. Wat doet dat met een samenleving?"

Schnitzler probeert zijn studenten bewust te maken van hun omgang met techniek, onder meer op de Bildung Academie  Studenten leren er in een voltijds programma van een half jaar om naast hun kritische, analytische competenties ook ethische, expressieve en empathische kwaliteiten te ontwikkelen, in weerwil van het rendementsdenken. "Om een mens uit één stuk te worden", zegt Schnitzler, die er vrijwillig lesgeeft - de Bildung Academie is uit liefde geboren en heeft nog geen accreditatie en nauwelijks financiering.

Waar komt uw scepsis ten aanzien van techniek vandaan?
"Voornamelijk uit mijn observatie dat er een heel sterke tendens is tot ontmenselijking. De technologie wordt dusdanig leidend dat ze het hele domein van de geest begint te koloniseren en manipuleren. Ons vermogen om te denken en te willen en te oordelen.

"De mens wordt een instrument. Onze hele belevingswereld, onze geestelijke wereld, wordt input voor een productieproces."

  •  
    Internet maakt onze wereld niet groter, maar kleiner. Eigenlijk krijgen we continu teruggekaatst wat onze eigen verlangens
Is dat niet wat overdreven?
"Algoritmes analyseren voortdurend de datasporen die wij achterlaten. Daar rolt iets uit waar we geen zicht op hebben, maar daar worden we wel door gestuurd. Dat raakt aan autonomie, aan zelfbeschikking. Dat proces is volop gaande."

Waar blijkt dat uit?
"Amazon heeft een octrooi aangevraagd op anticiperende pakketbezorging. Op basis van je zoekopdrachten en je profielen kunnen de algoritmes bepalen wat het volgende product is waar je interesse naar uitgaat. Het idee is dat Amazon dat al bij je gaat bezorgen voordat je het besteld hebt. Je mag het kosteloos terugsturen. Maar ga je dat nog doen, als het inderdaad precies is wat je wilde hebben?

"Pizzahut heeft een menukaart ontwikkeld waarin sensoren op basis van je oogbewegingen kunnen zien welke pizza je het liefst wilt hebben - de pizza waar je oog het eerst bij blijft hangen. Jij kan misschien nog twijfelen, de kaart weet al wat je wilt.

"Verzekeraars geven korting als je data over je lichaam en je levensstijl met ze wilt delen. Op den duur gaan klanten die dit niet doen, meer premie betalen. Want die hebben kennelijk iets te verbergen. De consequentie is dat we gaan leven naar de norm die de verzekeraar stelt - 'zet 10.000 stappen per dag'.

"En dan nog de overheden en veiligheidsdiensten, die op basis van gegevens over je voorkeuren, plaatsen die je bezoekt, je communicatie en je vrienden kunnen bepalen of je gevaarlijk bent. Je eigen levensverhaal doet er steeds minder toe; het gaat om de informatie die we in een constante stroom uitspuwen."

Wat is erop tegen als die informatie sturend gebruikt wordt? Iedereen krijgt dan persoonlijk passende advertenties, diensten en contacten.
"Internet maakt onze wereld niet groter, maar kleiner. Eigenlijk krijgen we continu teruggekaatst wat onze eigen verlangens, wensen en voorkeuren toch al zijn. Daar raken we al doende nog meer door geobsedeerd. De ruimte om een werkelijk nieuw begin te maken wordt steeds kleiner."

  •  
    Bedrijven als Google en Facebook voeren een strijd om onze geest. De aandacht is de frontlinie in de strijd om de geest
Daar zijn we toch zelf bij?
"Dat is zeer de vraag. Ons vermogen om zelf te denken en een oordeel te vormen wordt gaandeweg steeds verder aangetast. Kijk, het is misschien geen ramp dat we geen telefoonnummers meer kunnen onthouden. Maar voor kritisch denken heb je bijvoorbeeld momenten van bezinning en geestelijke ontplooiing nodig. Je moet naar binnen kunnen keren. Een soort rust weten te vinden, om te reflecteren. Ik merk bij mezelf en bij mensen om me heen dat dit vermogen aangetast wordt. Zeker ook bij de generatie die is opgegroeid met permanent online zijn.

"Bedrijven als Google en Facebook voeren een strijd om onze geest. De aandacht is de frontlinie in de strijd om de geest. Elk icoontje, elk meldingsgeluidje is daarop gericht. Hoe vaker onze aandacht gewonnen wordt, hoe meer onze aandacht versnipperd raakt - en daarmee verwoest. Dit gaat niet plotseling, maar zeer geleidelijk.

"Een consument is een bewustzijn met een verlangen. Als je zijn of haar aandacht te pakken weet te krijgen, kan je dat verlangen zoveel mogelijk gaan sturen en exploiteren. Dat gebeurt door onze beschikbare breintijd zoveel mogelijk op te vorderen. Dat lukt al best aardig. En ik zie er voorlopig nog geen eind aan komen.

"Google Glass is het niet geworden, maar we bewegen toch in de richting van een wereld waarin internet als een filter over de gehele werkelijkheid ligt."

Is scepsis over nieuwe techniek niet van alle tijden? Bij de introductie van de balpen zag men ook de cultuur ten onder gaan.
"Natuurlijk, maar de snelheid waarmee techniek in onze tijd verandert, kent geen precedent. De Franse filosoof Stiegler zegt dat de techno-wetenschappelijke omwenteling zo'n versnelling teweegbrengt, dat alles wat wij kunnen doen is proberen ons een beetje aan te passen. Vóór de Industriële Revolutie was er nog enige tijd om nieuwe vindingen te laten inbedden in de maatschappij. Die tijd is ons niet meer gegeven. Zelfs de wetenschap is slaaf van de techniek geworden.

"In de medische wereld wordt elke nieuwe toepassing eerst aan strenge ethische tests onderworpen. Maar aan nieuwe app 's en apparaten die diep ingrijpen in de manier waarop wij met elkaar omgaan, worden nauwelijks eisen gesteld. Laat staan dat er politiek of maatschappelijk debat over is.

"Maar techniek is niet neutraal. Het is gevaarlijk om dat te denken."

Digitale detox

Drie dagen lang moesten de studenten van de Bildung Academie leven zonder hun digitale communicatiemiddelen. Welke apparaten ze inleverden, mochten ze van techniekfilosoof Hans Schnitzler zelf bepalen. Stijn Out (24), pas afgestudeerd sociaal geograaf, deed tijdelijk afstand van telefoon, laptop, iPad én de afstandsbediening van zijn televisie.

"Toen ik de deur achter me dichttrok, voelde mijn huis onmiddellijk heel anders aan", zegt Out. "Ik deed niet eens zo heel veel andere dingen dan normaal. Eten, een boek lezen, slapen. Maar het feit dat ik niet meer met de buitenwereld kon communiceren veranderde mijn ervaring van de dingen die ik nog wel kon doen. Mijn concentratievermogen nam enorm toe. Kennelijk eist die telefoon altijd een deel van je aandacht op, zelfs wanneer er geen berichten binnenkomen. Ook merkte ik dat mijn hand regelmatig naar mijn telefoon zocht, puur uit automatisme. Zonder dat je het doorhebt zitten die apparaten dus altijd in je achterhoofd. Dat creëert onrust."

Voor groepsgenoot Margreet Zandbergen (24), student humanistiek, bleek deze 'digitale detox' vooralsnog onhaalbaar. In eerste instantie had ze alleen haar telefoon ingeleverd, later ook haar laptop. Maar toch kwam ze er niet geheel van los, ze vluchtte ook naar andere apparaten. "Deels had dit een praktische oorzaak," zegt ze. "Ik was voor de academie een feest aan het organiseren, dan kan je niet buiten digitale communicatie."

Maar of ze de constante stroom aan berichtjes, posts en meldingen wel geheel zou kunnen missen als ze geen reden had gehad om te smokkelen, durft ze niet te zeggen. Zandbergen: "Ik vind het wel aantrekkelijk klinken, maar toch zou ik als het langer duurde bang zijn om buitengesloten te worden."

Sociale media als Facebook en WhatsApp mogen dan een naam hebben van oppervlakkigheid en tijdsverspilling, een deel van het sociale leven verloopt voor bepaalde leeftijdscategorieën wel via die netwerken.

Zandbergen: "Zeker als je mensen nog niet zo lang kent, kan je via sociale media makkelijk contact houden, via kleine berichtjes of reacties, of voorstellen om ergens heen te gaan. Als ik nu zou stoppen met Facebook, zou ik juist de prille relaties moeilijk kunnen verstevigen."

Toch frustreert dit haar ook. "Wij staan constant op standby. Op ieder moment van de dag, zelfs die paar minuten vóór ik in slaap val, zijn mijn oren gespitst, wachtend op een pingend geluidje dat volgt. Ik mis de stilte en rust, een moment waarop ik even alleen met mijzelf hoef te dealen en mij niet bewust ben van mijn omgeving."

zondag 24 januari 2016

Asielcentrum

beleid

Negen jaar azc: de tol van doelloos wachten


Wilfred van de Poll − 23/01/16, 18:02
© Reyer Boxem. Schrijver en dichter Rodaan Al Galidi.
In zijn boek 'Hoe ik talent voor het leven kreeg', geschreven in de kringloopwinkel van Zwolle, vertelt Rodaan Al Galidi over de negen jaar die hij in een asielzoekerscentrum doorbracht. 'Nederlanders zijn goed in het temmen van mensen. Ze halen je ballen weg zonder dat het pijn doet.'
  •  
    Het eerste jaar was ik voortdurend op zoek naar iets fouts, ik vond niks! Alleen maar één muis
Rillend van de kou zet dichter en romancier Rodaan Al Galidi zijn roze omafiets neer bij de ingang van de kringloopwinkel in Zwolle. Vloekend op het weer stapt hij naar binnen. Bij de schappen met boeken laat hij zijn ogen, zoals altijd, liefkozend over de dunne ruggen van de poëziebundels glijden. Ze 'slapen' daar maar zo'n beetje, die bundels, hij kan het nooit nalaten zich over een paar te ontfermen. Op naar de koffiehoek, waar bejaarden theedrinken tussen vergeelde school landkaarten. Naast een prent van een oud kasteel en een ovalen dienblad, dat blijkens het stickertje twee euro vijftig kost, gaat hij zitten.

Voilà, zijn favoriete stek. Zijn eigen huis niet meegerekend natuurlijk, maar dat krijgen journalisten niet te zien. Nooit. "Dat is privé. Een heel oud huis. Héél oud. Ik denk ouder dan de multiculturele samenleving. De vorige eigenaresse zei: Je hebt twee rechterhanden nodig voor dit huis. Het eerste jaar was ik voortdurend op zoek naar iets fouts, ik vond niks! Alleen maar één muis. Ik dacht, ik laat die muis met rust en het was perfect. De verwarming doet het, de keuken doet het, het plafond doet het, het dak doet het... Nou ja, er zit een gat in, maar ik heb er een plantje onder en zo doet de plant het ook. Hé Jurgen (neemt telefoon op) Ja... Ja... Oké. Fantastisch. (Legt zijn mobiel neer.) Dat was de uitgever."

Verbaasd: "Mijn boek doet het goed! 1300 exemplaren in drie dagen. Jaaaaaa. Mijn eerdere boeken... Van 'Bloesemtocht' verkocht ik in twee jaar tijd 28 exemplaren."

Tafel negen
'Hoe ik talent voor het leven kreeg' heet zijn nieuwe boek. Deels geschreven aan deze tafel in de kringloop. Tafel negen. Toeval? Het boek gaat over de tijd - negen jaar - die hij in een asielzoekerscentrum doorbracht. Al Galidi, leeftijd onbekend (niemand hield dat bij in zijn Iraakse geboortedorp) groeide op in oorlog, vluchtte voor militaire dienst, zwierf zeven jaar over de wereld en landde in 1998 met een vals Nederlands paspoort op Schiphol. In 2007 kreeg hij een verblijfsvergunning dankzij het generaal pardon.

Aan het azc dacht hij daarna zo min mogelijk terug. "Ik blokkeerde dat. Je sliep daar in een kamer met drie of vier mannen. Altijd vreemdelingenpolitie in de buurt. Het was geen gevangenis, maar vrij was je ook niet. Een vriend hielp mij het boek toch te schrijven. Hij stond erop dat ik hem elke maand een brief schreef over die tijd. Zo vorderde ik gestaag. Halverwege vroeg ik: 'Mag ik vakantie van dit boek?' Ik was doodmoe nadat een personage zich van het leven beroofde, zoals ook zeven anderen dat hadden gedaan. Na die vakantie ontdekte ik: ik ben luchtiger geworden. Het boek werd een bevrijding. Absoluut."
  •  
    Ik wilde altijd maar een ding: dat ik op straat zou lopen en me een mens zou voelen, niet een probleem. Daar heb je dus dat papiertje wel voor nodig
Wat hij in het azc over Nederland leerde? Nou, niets. "Het verschil tussen het Nederland binnen het azc en het Nederland daarbuiten is groter dan het verschil tussen een konijn en een laptop! Nederland in het azc draagt een masker.

Agressiever
"In het azc zie je van de Nederlanders alleen de ambtenaren. Maar Nederland is zo veel meer, Nederland is Rembrandt, Van Gogh, muziek, vrijheid, multicultureel eten - we hebben dat allemaal nooit gezien in het azc. Er was nooit eens een expositie van een kunstenaar. Nóóit! Ik schreef zeven boeken in het azc. Nooit kwam eens een schrijver bij mij logeren om te weten: hoe leeft mijn collega. Nooit! Als je mijn boeken bekijkt, je ziet dat ik steeds depressiever werd. Agressiever ook. Dat is het effect van lang wachten."

De enige Nederlandse taalles die Al Galidi ooit kreeg duurde een maand. Zijn docent was een 10-jarig meisje in Assen, dochter van een boer bij wie hij werd ondergebracht toen er niet genoeg bedden waren in het opvangcentrum. Hij heeft vijftien boeken en dichtbundels geschreven. In het Nederlands. In 2011 kreeg hij de prijs voor literatuur van de Europese Unie voor de roman 'De autist en de postduif'. In hetzelfde jaar zakte hij, bizar genoeg, voor het inburgeringsexamen.

"Ik wilde altijd maar een ding: dat ik op straat zou lopen en me een mens zou voelen, niet een probleem. Daar heb je dus dat papiertje wel voor nodig. Voor de rest heb ik nooit gedacht dat een verblijfsvergunning veel zou betekenen. Ik heb nooit een uitkering gewild, een flatje van de staat. Ik heb niet veel nodig. Ik verdien nu met lezingen, in het azc werkte ik vaak zwart. Fietste ik langs de boerderijen. Ga naar een uitzendbureau, zeiden ze. Dan zei ik: dat mag niet. Oh, kom dan maar schoonmaken. Dat deed ik voor niets. En dan zeiden ze na een tijdje: hier, neem maar wat aardappelen mee. Eieren. En later gaven ze me twintig gulden per dag. Ik heb van het Nederlandse volk mijn verblijfsvergunning veel eerder gekregen dan van de IND."

In de buik
Zwolle bevalt hem best, maar hij is er niet zo vaak. "Ik ga vaak naar vrienden in Antwerpen. En zitten er in mijn portemonnee een paar duizend eurootjes, dan vertrek ik naar Spanje, met mijn gitaar. Het klimaat is goed voor mij in Spanje. Vooral in de winter, dan hou ik het hier met die grijsheid niet uit. Je ziet geen lucht meer! Ik wil graag naar boven kijken en dan zie ik heel ver vogeltjes, wegtrekkende vogeltjes. Honderd per dag is genoeg. Wolkjes. Vliegtuigen die gaan landen ergens, met mooie stewardesjes. Of ik me thuis voel in Nederland? Thuis is een moeilijk woord voor me. Dat heb ik me nooit ergens gevoeld, ook niet in Irak. Behalve toen ik in de buik van mijn moeder zat."
  • © Reyer Boxem.
  •  
    Ik hoop dat in de hemel geen Nederlandse ambtenaren bij de deur staan. Met hun formuliertjes: hoe laat ging u precies dood?
In zijn boek beschrijft hij het leven in het azc, de tol van doelloos wachten. Zijn eigen lange procedure dankte hij aan de 'formuliertjes'. "Tijdens mijn eerste gehoor vroeg de vrouw mij: op welke dag ben jij de grens van Irak overgestoken? Ik zei: ik weet het niet, ik had geen agenda bij me. Zei ze (hij zet een hoog, parmantig stemmetje op): Ik moet het weten, want ik moet dat invullen op mijn formulier. U krijgt twintig minuten.

"Na twintig minuten komt ze terug: En nu weet u het. Ik zei: Goed, mevrouw. Het was vier augustus. Om ervan af te zijn, snap je? In het tweede verhoor keek de beambte naar het verslag van het eerste verhoor en vroeg: 'U zei eerst dat u niet wist welke dag u de grens overstak. Maar na twintig minuten wist u het precies! Hoe komt dat?' En zo werd ik niet geloofd door het systeem.

Nette leugen
"Rijke asielzoekers hebben smokkelaars die tegen hen zeggen: Bedenk welke datum dat en dat was, wanneer de geheime dienst je geslagen heeft, et cetera. En zij laten je dat allemaal in je hoofd stampen voor je gesmokkeld wordt. In Nederland heb ik geleerd: het gaat erom dat je het formulier juist invult. Een nette leugen is beter dan de rommelige waarheid. Zo schrijf ik het in mijn boek. Ik hoop trouwens dat er in de hemel geen Nederlandse ambtenaren bij de deur staan. Met hun formuliertjes. 'Hoe laat ging u precies dood?' Kom je bij die rivieren vol honing, staat daar een Nederlander: 'Meneer, u mag maar één liter'. Hahaha."

Nee, rommelig is er in Nederland niets. Neem dat azc. Alles liep er verbazingwekkend goed, Nederlanders weten hoe ze dingen moeten organiseren. Ze hadden alles in de gaten.

"Nederlanders zijn goed in het temmen van honden en mensen. In castreren. Ze halen je ballen weg zonder dat het pijn doet. En je moet blij zijn dat je geen ballen meer hebt! Zij slaan jou niet, oh nee. Ze spugen niet in jouw gezicht. Niet de politie temt jou. Dat doen de sociale diensten. Zij gaan op een psychologische manier met jou om. Je hebt een afspraak met een ambtenaar in het azc om twee uur 's middags. Je komt tien voor twee. Dan worden ze boos. Echt extreem boos. Je komt twee over twee - ook extreem boos! Je komt om twee uur precies - ze glimlachen vriendelijk. Ik kan het niet goed uitleggen. Als ik naar de huisarts ga, mán, dan ben ik doodsbang om te vroeg of te laat te zijn. Ik, die raketten heb overleefd, ben bang voor een Nederlandse huisarts. Jazeker, ik ben getemd."
  •  
    Ik vind Nederlanders een beetje schattig, eigenlijk. Mag ik daarover vertellen?
Kafka
Zin om over de huidige vluchtelingencrisis te praten heeft hij niet. "Ik wil niet over politiek praten, daar krijg ik spijt van. Dan word ik boos en klink ik veel agressiever dan ik eigenlijk ben. Ik ben een hippie. Ik hou van humor! Van Kafka. Ja, ja. Ik vind Nederlanders een beetje schattig, eigenlijk. Mag ik daarover vertellen?

"Voorbeeld. Ik ben vogelliefhebber en heb thuis een volière. Ik ken een meisje, zij had een collega met twee zebravinkjes. Die vinkjes zouden kindjes maken en daar had ze geen plek voor. Of ik ze wilde hebben. Maar ik kreeg die zebravinkjes niet zomaar! Ze wilde weten (lief stemmetje): Kunnen ze zwemmen in jouw volière? Hebben ze genoeg ruimte om te genieten van elkaar? Krijgen ze genoeg zonlicht? Sjongejonge, ik werd moe van al die vragen!

"Ze liet die zebravinkjes zelf vrij in mijn volière en vertelde mij hun namen die ik alweer vergeten ben. Ik hoop dat ze dit interview niet leest. Ze had een A4'tje vol informatie over wat die zebravinkjes leuk vinden. Nederlanders zijn zo zorgzaam, eindeloos!"

Emotieloos
Maar ook totaal gespleten, ervoer hij in het azc. "De vrouw die mijn eerste verhoor afnam: achter haar computer was ze volkomen emotieloos. In de pauze bracht ze me koffie en was ze opeens vol warmte en menselijkheid. Van de ene op de andere seconde, een andere vrouw. Kun jij het begrijpen? Dagelijks zie ik het. Ik begrijp die mentaliteit niet!

"Tijdens hun werk kennen Nederlanders geen genade. Als je stoer doet, breken ze je af. 'Regels zijn regels.' De Nederlander bepaalt hoe jij door die regels loopt. De ambtenaar kan de deur openmaken met de regels en de deur dichtdoen met de regels. Ik kende in het azc twee broers. Ze hadden exact hetzelfde verhaal. De een krijgt een verblijfsvergunning, de ander niet. Zélfde regel! Zelfde IND! Maar verschillende ambtenaren. Als ik mijn advocaat moest spreken, liet ik altijd een Nederlander voor me bellen, dan was het zo geregeld. Belde ik, iemand met een accent, dan was die advocaat altijd onbereikbaar. Snap je?"

Gelukkig heeft hij met het systeem niet veel meer te maken. Dat ligt nu achter hem. Maar de taal, die blijft. Het dierbaarste dat hij in het azc heeft ontdekt, helemaal op eigen houtje. Niemand die er met meer liefde over spreekt dan hij.

Standbeeld van de taal
"Ik voel me er rijker door, mijn poëzie kreeg er een dimensie bij. Wil je weten hoe de taal is, kijk dan naar de vrouwen van een land. De vrouw is het standbeeld van de taal. De Nederlandse vrouw! Zij is vrij. Onafhankelijk. Druk ook, ze heeft niet veel tijd. Maar ze luistert naar haar gevoel! Heel goed zelfs, ze is een psycholoog!
  •  
    Je kunt in het Nederlands niet te veel temperament stoppen, dat is wel moeilijk, de taal is een beetje koud
"Een Arabische vrouw toont niets van zichzelf, soms zelfs haar ogen niet. Maar een Nederlandse vrouw in de zomer, ze toont je haar bikini, haar benen, haar kontje! Je kunt in het Nederlands niet te veel temperament stoppen, dat is wel moeilijk, de taal is een beetje koud, hard zelfs, maar hij is heel direct en gevoelig. Het Nederlands, dat is een heel eerlijke taal hoor. Daarom denk ik nu absoluut in het Nederlands."

En hij leest uit zijn hoofd een gedicht voor. 'Ik zei: Leven kom met mij samenwonen / Deel met mij niet alleen de woonkamer en de slaapkamer / Maar ook mijn hart en elke seconde'.

Enthousiast: "Zo'n gedicht is onmogelijk in het Arabisch. Wij hebben het woord samenwonen níet ! Ik zie nieuwe beelden door de Nederlandse taal. Neem het woord 'volgen'. In het Arabisch klinkt het zó goedkoop. Je volgt je vaderland, je leider. Volgen is een soort slavernij. Maar in het Nederlands gaat het altijd om je gevoel volgen, je hart, je dromen. Voor Nederlanders is dat vanzelfsprekend, voor mij was het een ontdekking. Jezelf volgen, dat kan niet in het Arabisch. We hebben die cultuur niet. Eerst komt God, dan je familie. In Nederland ontdekte ik het woord 'ik'. Dat was het mooiste woord dat ik leerde. Maar daarna dacht ik: het is ook het eenzaamste woord dat ik ken."