vrijdag 29 januari 2016

Digitaal proletariaat

De mens als speelbal van Silicon Valley


© Jenna Arts.
INTERVIEW Filosoof Hans Schnitzler staat sceptisch tegenover de verslavende gemakken van de digitale techniek. De schrijver van 'Het digitale proletariaat' probeert zijn studenten bewust te maken van de invloed van techniek op hun mens-zijn.

 Hans Schnitzler"

Als ik op een perron sta en ik zie al die naar beneden gerichte gezichten, gekluisterd aan kleine schermpjes, dan moet ik denken aan het archetype van de junk", zegt Hans Schnitzler. "De smartphone-gebruiker vertoont dezelfde gejaagdheid, het dwangmatige gedrag, de onstilbare honger."

Filosoof Hans Schnitzler is allerminst tegen innovatie of techniek, hij gelooft dat de mens een technologisch wezen is. Toch zou je hem een techniekscepticus kunnen noemen. Hij schreef 'Het digitale proletariaat', waarin hij laat zien hoe de niet-kritische internetgebruiker, het gros van de mensen dus, zich sluipenderwijs overlevert aan commerciële krachten.

De digitale proletariër (van proles, nakomeling) heeft in de nabije toekomst uitsluitend nog zeggenschap over zijn eigen voortplanting, stelt Schnitzler. Al zijn overige vermogens en geestelijke bekwaamheden heeft hij uitbesteed aan machines. Zelf denken is er niet meer bij, de mens is verworden tot een radertje in de machines van de techniektitanen van Silicon Valley.

Grote woorden. Schnitzler houdt van filosoferen met de behangerskwast. Hij broedt op een nieuw boek. "Ooit was er een menstype dat wij omschreven als wereldvreemd. Jongens die sociaal gezien niet helemaal mee konden komen, we noemden ze: nerds. Nu laten we deze nerds onze sociale netwerken bouwen. Wat doet dat met een samenleving?"

Schnitzler probeert zijn studenten bewust te maken van hun omgang met techniek, onder meer op de Bildung Academie  Studenten leren er in een voltijds programma van een half jaar om naast hun kritische, analytische competenties ook ethische, expressieve en empathische kwaliteiten te ontwikkelen, in weerwil van het rendementsdenken. "Om een mens uit één stuk te worden", zegt Schnitzler, die er vrijwillig lesgeeft - de Bildung Academie is uit liefde geboren en heeft nog geen accreditatie en nauwelijks financiering.

Waar komt uw scepsis ten aanzien van techniek vandaan?
"Voornamelijk uit mijn observatie dat er een heel sterke tendens is tot ontmenselijking. De technologie wordt dusdanig leidend dat ze het hele domein van de geest begint te koloniseren en manipuleren. Ons vermogen om te denken en te willen en te oordelen.

"De mens wordt een instrument. Onze hele belevingswereld, onze geestelijke wereld, wordt input voor een productieproces."

  •  
    Internet maakt onze wereld niet groter, maar kleiner. Eigenlijk krijgen we continu teruggekaatst wat onze eigen verlangens
Is dat niet wat overdreven?
"Algoritmes analyseren voortdurend de datasporen die wij achterlaten. Daar rolt iets uit waar we geen zicht op hebben, maar daar worden we wel door gestuurd. Dat raakt aan autonomie, aan zelfbeschikking. Dat proces is volop gaande."

Waar blijkt dat uit?
"Amazon heeft een octrooi aangevraagd op anticiperende pakketbezorging. Op basis van je zoekopdrachten en je profielen kunnen de algoritmes bepalen wat het volgende product is waar je interesse naar uitgaat. Het idee is dat Amazon dat al bij je gaat bezorgen voordat je het besteld hebt. Je mag het kosteloos terugsturen. Maar ga je dat nog doen, als het inderdaad precies is wat je wilde hebben?

"Pizzahut heeft een menukaart ontwikkeld waarin sensoren op basis van je oogbewegingen kunnen zien welke pizza je het liefst wilt hebben - de pizza waar je oog het eerst bij blijft hangen. Jij kan misschien nog twijfelen, de kaart weet al wat je wilt.

"Verzekeraars geven korting als je data over je lichaam en je levensstijl met ze wilt delen. Op den duur gaan klanten die dit niet doen, meer premie betalen. Want die hebben kennelijk iets te verbergen. De consequentie is dat we gaan leven naar de norm die de verzekeraar stelt - 'zet 10.000 stappen per dag'.

"En dan nog de overheden en veiligheidsdiensten, die op basis van gegevens over je voorkeuren, plaatsen die je bezoekt, je communicatie en je vrienden kunnen bepalen of je gevaarlijk bent. Je eigen levensverhaal doet er steeds minder toe; het gaat om de informatie die we in een constante stroom uitspuwen."

Wat is erop tegen als die informatie sturend gebruikt wordt? Iedereen krijgt dan persoonlijk passende advertenties, diensten en contacten.
"Internet maakt onze wereld niet groter, maar kleiner. Eigenlijk krijgen we continu teruggekaatst wat onze eigen verlangens, wensen en voorkeuren toch al zijn. Daar raken we al doende nog meer door geobsedeerd. De ruimte om een werkelijk nieuw begin te maken wordt steeds kleiner."

  •  
    Bedrijven als Google en Facebook voeren een strijd om onze geest. De aandacht is de frontlinie in de strijd om de geest
Daar zijn we toch zelf bij?
"Dat is zeer de vraag. Ons vermogen om zelf te denken en een oordeel te vormen wordt gaandeweg steeds verder aangetast. Kijk, het is misschien geen ramp dat we geen telefoonnummers meer kunnen onthouden. Maar voor kritisch denken heb je bijvoorbeeld momenten van bezinning en geestelijke ontplooiing nodig. Je moet naar binnen kunnen keren. Een soort rust weten te vinden, om te reflecteren. Ik merk bij mezelf en bij mensen om me heen dat dit vermogen aangetast wordt. Zeker ook bij de generatie die is opgegroeid met permanent online zijn.

"Bedrijven als Google en Facebook voeren een strijd om onze geest. De aandacht is de frontlinie in de strijd om de geest. Elk icoontje, elk meldingsgeluidje is daarop gericht. Hoe vaker onze aandacht gewonnen wordt, hoe meer onze aandacht versnipperd raakt - en daarmee verwoest. Dit gaat niet plotseling, maar zeer geleidelijk.

"Een consument is een bewustzijn met een verlangen. Als je zijn of haar aandacht te pakken weet te krijgen, kan je dat verlangen zoveel mogelijk gaan sturen en exploiteren. Dat gebeurt door onze beschikbare breintijd zoveel mogelijk op te vorderen. Dat lukt al best aardig. En ik zie er voorlopig nog geen eind aan komen.

"Google Glass is het niet geworden, maar we bewegen toch in de richting van een wereld waarin internet als een filter over de gehele werkelijkheid ligt."

Is scepsis over nieuwe techniek niet van alle tijden? Bij de introductie van de balpen zag men ook de cultuur ten onder gaan.
"Natuurlijk, maar de snelheid waarmee techniek in onze tijd verandert, kent geen precedent. De Franse filosoof Stiegler zegt dat de techno-wetenschappelijke omwenteling zo'n versnelling teweegbrengt, dat alles wat wij kunnen doen is proberen ons een beetje aan te passen. Vóór de Industriële Revolutie was er nog enige tijd om nieuwe vindingen te laten inbedden in de maatschappij. Die tijd is ons niet meer gegeven. Zelfs de wetenschap is slaaf van de techniek geworden.

"In de medische wereld wordt elke nieuwe toepassing eerst aan strenge ethische tests onderworpen. Maar aan nieuwe app 's en apparaten die diep ingrijpen in de manier waarop wij met elkaar omgaan, worden nauwelijks eisen gesteld. Laat staan dat er politiek of maatschappelijk debat over is.

"Maar techniek is niet neutraal. Het is gevaarlijk om dat te denken."

Digitale detox

Drie dagen lang moesten de studenten van de Bildung Academie leven zonder hun digitale communicatiemiddelen. Welke apparaten ze inleverden, mochten ze van techniekfilosoof Hans Schnitzler zelf bepalen. Stijn Out (24), pas afgestudeerd sociaal geograaf, deed tijdelijk afstand van telefoon, laptop, iPad én de afstandsbediening van zijn televisie.

"Toen ik de deur achter me dichttrok, voelde mijn huis onmiddellijk heel anders aan", zegt Out. "Ik deed niet eens zo heel veel andere dingen dan normaal. Eten, een boek lezen, slapen. Maar het feit dat ik niet meer met de buitenwereld kon communiceren veranderde mijn ervaring van de dingen die ik nog wel kon doen. Mijn concentratievermogen nam enorm toe. Kennelijk eist die telefoon altijd een deel van je aandacht op, zelfs wanneer er geen berichten binnenkomen. Ook merkte ik dat mijn hand regelmatig naar mijn telefoon zocht, puur uit automatisme. Zonder dat je het doorhebt zitten die apparaten dus altijd in je achterhoofd. Dat creëert onrust."

Voor groepsgenoot Margreet Zandbergen (24), student humanistiek, bleek deze 'digitale detox' vooralsnog onhaalbaar. In eerste instantie had ze alleen haar telefoon ingeleverd, later ook haar laptop. Maar toch kwam ze er niet geheel van los, ze vluchtte ook naar andere apparaten. "Deels had dit een praktische oorzaak," zegt ze. "Ik was voor de academie een feest aan het organiseren, dan kan je niet buiten digitale communicatie."

Maar of ze de constante stroom aan berichtjes, posts en meldingen wel geheel zou kunnen missen als ze geen reden had gehad om te smokkelen, durft ze niet te zeggen. Zandbergen: "Ik vind het wel aantrekkelijk klinken, maar toch zou ik als het langer duurde bang zijn om buitengesloten te worden."

Sociale media als Facebook en WhatsApp mogen dan een naam hebben van oppervlakkigheid en tijdsverspilling, een deel van het sociale leven verloopt voor bepaalde leeftijdscategorieën wel via die netwerken.

Zandbergen: "Zeker als je mensen nog niet zo lang kent, kan je via sociale media makkelijk contact houden, via kleine berichtjes of reacties, of voorstellen om ergens heen te gaan. Als ik nu zou stoppen met Facebook, zou ik juist de prille relaties moeilijk kunnen verstevigen."

Toch frustreert dit haar ook. "Wij staan constant op standby. Op ieder moment van de dag, zelfs die paar minuten vóór ik in slaap val, zijn mijn oren gespitst, wachtend op een pingend geluidje dat volgt. Ik mis de stilte en rust, een moment waarop ik even alleen met mijzelf hoef te dealen en mij niet bewust ben van mijn omgeving."

zondag 24 januari 2016

Asielcentrum

beleid

Negen jaar azc: de tol van doelloos wachten


Wilfred van de Poll − 23/01/16, 18:02
© Reyer Boxem. Schrijver en dichter Rodaan Al Galidi.
In zijn boek 'Hoe ik talent voor het leven kreeg', geschreven in de kringloopwinkel van Zwolle, vertelt Rodaan Al Galidi over de negen jaar die hij in een asielzoekerscentrum doorbracht. 'Nederlanders zijn goed in het temmen van mensen. Ze halen je ballen weg zonder dat het pijn doet.'
  •  
    Het eerste jaar was ik voortdurend op zoek naar iets fouts, ik vond niks! Alleen maar één muis
Rillend van de kou zet dichter en romancier Rodaan Al Galidi zijn roze omafiets neer bij de ingang van de kringloopwinkel in Zwolle. Vloekend op het weer stapt hij naar binnen. Bij de schappen met boeken laat hij zijn ogen, zoals altijd, liefkozend over de dunne ruggen van de poëziebundels glijden. Ze 'slapen' daar maar zo'n beetje, die bundels, hij kan het nooit nalaten zich over een paar te ontfermen. Op naar de koffiehoek, waar bejaarden theedrinken tussen vergeelde school landkaarten. Naast een prent van een oud kasteel en een ovalen dienblad, dat blijkens het stickertje twee euro vijftig kost, gaat hij zitten.

Voilà, zijn favoriete stek. Zijn eigen huis niet meegerekend natuurlijk, maar dat krijgen journalisten niet te zien. Nooit. "Dat is privé. Een heel oud huis. Héél oud. Ik denk ouder dan de multiculturele samenleving. De vorige eigenaresse zei: Je hebt twee rechterhanden nodig voor dit huis. Het eerste jaar was ik voortdurend op zoek naar iets fouts, ik vond niks! Alleen maar één muis. Ik dacht, ik laat die muis met rust en het was perfect. De verwarming doet het, de keuken doet het, het plafond doet het, het dak doet het... Nou ja, er zit een gat in, maar ik heb er een plantje onder en zo doet de plant het ook. Hé Jurgen (neemt telefoon op) Ja... Ja... Oké. Fantastisch. (Legt zijn mobiel neer.) Dat was de uitgever."

Verbaasd: "Mijn boek doet het goed! 1300 exemplaren in drie dagen. Jaaaaaa. Mijn eerdere boeken... Van 'Bloesemtocht' verkocht ik in twee jaar tijd 28 exemplaren."

Tafel negen
'Hoe ik talent voor het leven kreeg' heet zijn nieuwe boek. Deels geschreven aan deze tafel in de kringloop. Tafel negen. Toeval? Het boek gaat over de tijd - negen jaar - die hij in een asielzoekerscentrum doorbracht. Al Galidi, leeftijd onbekend (niemand hield dat bij in zijn Iraakse geboortedorp) groeide op in oorlog, vluchtte voor militaire dienst, zwierf zeven jaar over de wereld en landde in 1998 met een vals Nederlands paspoort op Schiphol. In 2007 kreeg hij een verblijfsvergunning dankzij het generaal pardon.

Aan het azc dacht hij daarna zo min mogelijk terug. "Ik blokkeerde dat. Je sliep daar in een kamer met drie of vier mannen. Altijd vreemdelingenpolitie in de buurt. Het was geen gevangenis, maar vrij was je ook niet. Een vriend hielp mij het boek toch te schrijven. Hij stond erop dat ik hem elke maand een brief schreef over die tijd. Zo vorderde ik gestaag. Halverwege vroeg ik: 'Mag ik vakantie van dit boek?' Ik was doodmoe nadat een personage zich van het leven beroofde, zoals ook zeven anderen dat hadden gedaan. Na die vakantie ontdekte ik: ik ben luchtiger geworden. Het boek werd een bevrijding. Absoluut."
  •  
    Ik wilde altijd maar een ding: dat ik op straat zou lopen en me een mens zou voelen, niet een probleem. Daar heb je dus dat papiertje wel voor nodig
Wat hij in het azc over Nederland leerde? Nou, niets. "Het verschil tussen het Nederland binnen het azc en het Nederland daarbuiten is groter dan het verschil tussen een konijn en een laptop! Nederland in het azc draagt een masker.

Agressiever
"In het azc zie je van de Nederlanders alleen de ambtenaren. Maar Nederland is zo veel meer, Nederland is Rembrandt, Van Gogh, muziek, vrijheid, multicultureel eten - we hebben dat allemaal nooit gezien in het azc. Er was nooit eens een expositie van een kunstenaar. Nóóit! Ik schreef zeven boeken in het azc. Nooit kwam eens een schrijver bij mij logeren om te weten: hoe leeft mijn collega. Nooit! Als je mijn boeken bekijkt, je ziet dat ik steeds depressiever werd. Agressiever ook. Dat is het effect van lang wachten."

De enige Nederlandse taalles die Al Galidi ooit kreeg duurde een maand. Zijn docent was een 10-jarig meisje in Assen, dochter van een boer bij wie hij werd ondergebracht toen er niet genoeg bedden waren in het opvangcentrum. Hij heeft vijftien boeken en dichtbundels geschreven. In het Nederlands. In 2011 kreeg hij de prijs voor literatuur van de Europese Unie voor de roman 'De autist en de postduif'. In hetzelfde jaar zakte hij, bizar genoeg, voor het inburgeringsexamen.

"Ik wilde altijd maar een ding: dat ik op straat zou lopen en me een mens zou voelen, niet een probleem. Daar heb je dus dat papiertje wel voor nodig. Voor de rest heb ik nooit gedacht dat een verblijfsvergunning veel zou betekenen. Ik heb nooit een uitkering gewild, een flatje van de staat. Ik heb niet veel nodig. Ik verdien nu met lezingen, in het azc werkte ik vaak zwart. Fietste ik langs de boerderijen. Ga naar een uitzendbureau, zeiden ze. Dan zei ik: dat mag niet. Oh, kom dan maar schoonmaken. Dat deed ik voor niets. En dan zeiden ze na een tijdje: hier, neem maar wat aardappelen mee. Eieren. En later gaven ze me twintig gulden per dag. Ik heb van het Nederlandse volk mijn verblijfsvergunning veel eerder gekregen dan van de IND."

In de buik
Zwolle bevalt hem best, maar hij is er niet zo vaak. "Ik ga vaak naar vrienden in Antwerpen. En zitten er in mijn portemonnee een paar duizend eurootjes, dan vertrek ik naar Spanje, met mijn gitaar. Het klimaat is goed voor mij in Spanje. Vooral in de winter, dan hou ik het hier met die grijsheid niet uit. Je ziet geen lucht meer! Ik wil graag naar boven kijken en dan zie ik heel ver vogeltjes, wegtrekkende vogeltjes. Honderd per dag is genoeg. Wolkjes. Vliegtuigen die gaan landen ergens, met mooie stewardesjes. Of ik me thuis voel in Nederland? Thuis is een moeilijk woord voor me. Dat heb ik me nooit ergens gevoeld, ook niet in Irak. Behalve toen ik in de buik van mijn moeder zat."
  • © Reyer Boxem.
  •  
    Ik hoop dat in de hemel geen Nederlandse ambtenaren bij de deur staan. Met hun formuliertjes: hoe laat ging u precies dood?
In zijn boek beschrijft hij het leven in het azc, de tol van doelloos wachten. Zijn eigen lange procedure dankte hij aan de 'formuliertjes'. "Tijdens mijn eerste gehoor vroeg de vrouw mij: op welke dag ben jij de grens van Irak overgestoken? Ik zei: ik weet het niet, ik had geen agenda bij me. Zei ze (hij zet een hoog, parmantig stemmetje op): Ik moet het weten, want ik moet dat invullen op mijn formulier. U krijgt twintig minuten.

"Na twintig minuten komt ze terug: En nu weet u het. Ik zei: Goed, mevrouw. Het was vier augustus. Om ervan af te zijn, snap je? In het tweede verhoor keek de beambte naar het verslag van het eerste verhoor en vroeg: 'U zei eerst dat u niet wist welke dag u de grens overstak. Maar na twintig minuten wist u het precies! Hoe komt dat?' En zo werd ik niet geloofd door het systeem.

Nette leugen
"Rijke asielzoekers hebben smokkelaars die tegen hen zeggen: Bedenk welke datum dat en dat was, wanneer de geheime dienst je geslagen heeft, et cetera. En zij laten je dat allemaal in je hoofd stampen voor je gesmokkeld wordt. In Nederland heb ik geleerd: het gaat erom dat je het formulier juist invult. Een nette leugen is beter dan de rommelige waarheid. Zo schrijf ik het in mijn boek. Ik hoop trouwens dat er in de hemel geen Nederlandse ambtenaren bij de deur staan. Met hun formuliertjes. 'Hoe laat ging u precies dood?' Kom je bij die rivieren vol honing, staat daar een Nederlander: 'Meneer, u mag maar één liter'. Hahaha."

Nee, rommelig is er in Nederland niets. Neem dat azc. Alles liep er verbazingwekkend goed, Nederlanders weten hoe ze dingen moeten organiseren. Ze hadden alles in de gaten.

"Nederlanders zijn goed in het temmen van honden en mensen. In castreren. Ze halen je ballen weg zonder dat het pijn doet. En je moet blij zijn dat je geen ballen meer hebt! Zij slaan jou niet, oh nee. Ze spugen niet in jouw gezicht. Niet de politie temt jou. Dat doen de sociale diensten. Zij gaan op een psychologische manier met jou om. Je hebt een afspraak met een ambtenaar in het azc om twee uur 's middags. Je komt tien voor twee. Dan worden ze boos. Echt extreem boos. Je komt twee over twee - ook extreem boos! Je komt om twee uur precies - ze glimlachen vriendelijk. Ik kan het niet goed uitleggen. Als ik naar de huisarts ga, mán, dan ben ik doodsbang om te vroeg of te laat te zijn. Ik, die raketten heb overleefd, ben bang voor een Nederlandse huisarts. Jazeker, ik ben getemd."
  •  
    Ik vind Nederlanders een beetje schattig, eigenlijk. Mag ik daarover vertellen?
Kafka
Zin om over de huidige vluchtelingencrisis te praten heeft hij niet. "Ik wil niet over politiek praten, daar krijg ik spijt van. Dan word ik boos en klink ik veel agressiever dan ik eigenlijk ben. Ik ben een hippie. Ik hou van humor! Van Kafka. Ja, ja. Ik vind Nederlanders een beetje schattig, eigenlijk. Mag ik daarover vertellen?

"Voorbeeld. Ik ben vogelliefhebber en heb thuis een volière. Ik ken een meisje, zij had een collega met twee zebravinkjes. Die vinkjes zouden kindjes maken en daar had ze geen plek voor. Of ik ze wilde hebben. Maar ik kreeg die zebravinkjes niet zomaar! Ze wilde weten (lief stemmetje): Kunnen ze zwemmen in jouw volière? Hebben ze genoeg ruimte om te genieten van elkaar? Krijgen ze genoeg zonlicht? Sjongejonge, ik werd moe van al die vragen!

"Ze liet die zebravinkjes zelf vrij in mijn volière en vertelde mij hun namen die ik alweer vergeten ben. Ik hoop dat ze dit interview niet leest. Ze had een A4'tje vol informatie over wat die zebravinkjes leuk vinden. Nederlanders zijn zo zorgzaam, eindeloos!"

Emotieloos
Maar ook totaal gespleten, ervoer hij in het azc. "De vrouw die mijn eerste verhoor afnam: achter haar computer was ze volkomen emotieloos. In de pauze bracht ze me koffie en was ze opeens vol warmte en menselijkheid. Van de ene op de andere seconde, een andere vrouw. Kun jij het begrijpen? Dagelijks zie ik het. Ik begrijp die mentaliteit niet!

"Tijdens hun werk kennen Nederlanders geen genade. Als je stoer doet, breken ze je af. 'Regels zijn regels.' De Nederlander bepaalt hoe jij door die regels loopt. De ambtenaar kan de deur openmaken met de regels en de deur dichtdoen met de regels. Ik kende in het azc twee broers. Ze hadden exact hetzelfde verhaal. De een krijgt een verblijfsvergunning, de ander niet. Zélfde regel! Zelfde IND! Maar verschillende ambtenaren. Als ik mijn advocaat moest spreken, liet ik altijd een Nederlander voor me bellen, dan was het zo geregeld. Belde ik, iemand met een accent, dan was die advocaat altijd onbereikbaar. Snap je?"

Gelukkig heeft hij met het systeem niet veel meer te maken. Dat ligt nu achter hem. Maar de taal, die blijft. Het dierbaarste dat hij in het azc heeft ontdekt, helemaal op eigen houtje. Niemand die er met meer liefde over spreekt dan hij.

Standbeeld van de taal
"Ik voel me er rijker door, mijn poëzie kreeg er een dimensie bij. Wil je weten hoe de taal is, kijk dan naar de vrouwen van een land. De vrouw is het standbeeld van de taal. De Nederlandse vrouw! Zij is vrij. Onafhankelijk. Druk ook, ze heeft niet veel tijd. Maar ze luistert naar haar gevoel! Heel goed zelfs, ze is een psycholoog!
  •  
    Je kunt in het Nederlands niet te veel temperament stoppen, dat is wel moeilijk, de taal is een beetje koud
"Een Arabische vrouw toont niets van zichzelf, soms zelfs haar ogen niet. Maar een Nederlandse vrouw in de zomer, ze toont je haar bikini, haar benen, haar kontje! Je kunt in het Nederlands niet te veel temperament stoppen, dat is wel moeilijk, de taal is een beetje koud, hard zelfs, maar hij is heel direct en gevoelig. Het Nederlands, dat is een heel eerlijke taal hoor. Daarom denk ik nu absoluut in het Nederlands."

En hij leest uit zijn hoofd een gedicht voor. 'Ik zei: Leven kom met mij samenwonen / Deel met mij niet alleen de woonkamer en de slaapkamer / Maar ook mijn hart en elke seconde'.

Enthousiast: "Zo'n gedicht is onmogelijk in het Arabisch. Wij hebben het woord samenwonen níet ! Ik zie nieuwe beelden door de Nederlandse taal. Neem het woord 'volgen'. In het Arabisch klinkt het zó goedkoop. Je volgt je vaderland, je leider. Volgen is een soort slavernij. Maar in het Nederlands gaat het altijd om je gevoel volgen, je hart, je dromen. Voor Nederlanders is dat vanzelfsprekend, voor mij was het een ontdekking. Jezelf volgen, dat kan niet in het Arabisch. We hebben die cultuur niet. Eerst komt God, dan je familie. In Nederland ontdekte ik het woord 'ik'. Dat was het mooiste woord dat ik leerde. Maar daarna dacht ik: het is ook het eenzaamste woord dat ik ken."

zondag 6 december 2015

Dossiers uit het blad Filosofie

De moeite waard om eens aan te klikken:
https://www.filosofie.nl/dossiers/index.html



woensdag 18 november 2015

Filosofen aan het woord over de angst.

Vijf filosofen aan het woord over de angst

Leonie Breebaart − 17/11/15, 22:26
© afp. Paniek onder rouwenden bij het Carillon Hotel in Parijs, zondag.
'Keep calm and carry on.' Zo luidde de aloude Britse reactie nadat in 2005 vier bommen waren ontploft in Londen. Kalmte is een mooi ideaal, maar makkelijk uit te voeren is ze niet. De angst voor een aanslag, op het terras, op het station, is met de aanslagen in Parijs onvermijdelijk toegenomen, en die uit zich meestal als angst voor het vreemde, de moslim, vaak ook de vluchteling. Welke ideeën kunnen ons helpen om de angst te begrijpen? En daardoor misschien ook te beteugelen? Vijf eyeopeners van moderne denkers op een rij.

Martha Nussbaum: Zet in op vaderlandsliefde

  •  
    Laat zien, draag uit, dat ook moslims in hun hart zijn getroffen
Franse moslims houden net zo goed van Frankrijk en hebben recht op erkenning van hun vaderlandsliefde. Dat zou de angstwerende oplossing zijn van de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum. Vaderlandsliefde is in Europa een beladen begrip, en de hevige emoties die daaraan vastkleven, zijn dat zeker.

Maar volgens Nussbaum hoeft patriottisme minderheden helemaal niet buiten te sluiten. Als je maar zorgt dat de nationale symbolen die je kiest ze ínsluiten. In de VS lukt dat soms: het grote Vietnam-monument in Washington is een mooi voorbeeld. Doordat daarin alle namen van gesneuvelden in steen zijn gekrast, voelt iedere Amerikaan, van welke kleur of achtergrond dan ook, zich daarbij betrokken.

Zo'n monument, zo'n soort symbool, zou in Frankrijk ook uitstekend kunnen werken. Laat zien, draag uit, dat ook moslims in hun hart zijn getroffen. De waarden van de Franse Revolutie - vrijheid, gelijkheid en broederschap - bieden ruimte voor een patriottisme dat ook moslims ínsluit. Maar dan moeten de 'autochtonen' hen wel als echte Fransen willen zien.

Nassim Nicholas Taleb: Durf kwetsbaar te zijn

  • © Flickr/Agathe.
    Nassim Nicholas Taleb
Toen Geert Mak na de moord op Theo van Gogh in 2004 schreef dat een vrije samenleving is 'gedoemd tot kwetsbaarheid' kreeg hij gemengde reacties. Maar de Libanees-Amerikaanse denker Nassim Nicholas Taleb zegt het hem na. Dat wil zeggen, hij vindt dat de controledwang die na een aanslag de meest adequate reactie lijkt, contraproductief kan werken. Dat idee heeft hij uitgewerkt in bestsellers als 'De zwarte zwaan' (2006) en 'Antifragiel' (2012).

De belangrijkste gedachte is dat de behoefte chaos te voorkomen, tot meer chaos leidt. Een typisch voorbeeld is volgens Taleb het Amerikaanse buitenlandbeleid: uit angst voor 'chaos' steunden de VS corrupte regimes in het Midden-Oosten. Maar juist door die krampachtige angst voor het onverwachte en het veranderlijke, liep de situatie in bijvoorbeeld Egypte echt uit de hand. Ook in het dagelijks leven kan 'anti-fragiel' denken ons helpen niet in een angstkramp terecht te komen.

Denk niet dat je alle situaties kunt beheersen, adviseert Taleb, leer leven met het onverwachte. Want als je uit angst voor bomaanslagen alleen nog maar binnen blijft zitten, ontgaan je alle mooie verrassingen van het leven. Neem een voorbeeld aan de flaneur, die zonder angst door de stad dwaalt en altijd openstaat voor nieuwe verrassingen.

Chantal Mouffe: Wees niet bang voor polarisatie

  •  
    De gedachte dat democratie is gebaseerd op het bijleggen van meningsverschillen is volgens Mouffe ronduit gevaarlijk
Terrorisme en populisme zijn volgens de Franse filosofe Chantal Mouffe het gevolg van een onderdrukt conflict. Liberale democratieën ontkennen dat er in de politiek altijd een moment komt dat iemand de knoop moet doorhakken, maar dat daarmee onderlinge meningsverschillen niet opeens verdampen.

De gedachte dat democratie is gebaseerd op het bijleggen van meningsverschillen is volgens Mouffe ronduit gevaarlijk. Er blijven altijd 'onredelijke en emotionele standpunten' over, waarover je het niet eens bent geworden.

Neem bijvoorbeeld ritueel slachten of de vraag of we vluchtelingen eigenlijk niet bij de grens moeten tegenhouden. Zelfs als daarover een besluit moet vallen, is het belangrijk te beseffen dat er altijd burgers blijven die zich dan ongehoord voelen.

Rechts populisme is geen alternatief, vindt Mouffe, omdat zulke partijen een hele groep mensen, moslims bijvoorbeeld, een politieke stem onthouden. Terwijl hun stem ook gehoord moet worden - net zo goed als de stem van de kiezers die nu PVV stemmen. Polarisatie op zich - een stevige links-rechts-tegenstelling bijvoorbeeld - is niets om bang voor te zijn. De democratie kan niet zonder.

Frank Furedi: Hou eens op over angst

  •  
    De cultuur waarin we leven bepaalt welke vorm van angst 'normaal' lijkt
Als je in Nederland wordt overvallen door een blanke man, word je meestal niet vanzelf bang voor álle blanke mannen. Maar als een zwarte man je overvalt, werkt dat meestal wel zo, vooral als je zelf weinig zwarte mensen kent. Die reactie laat volgens de Hongaars-Britse socioloog Frank Furedi zien dat nare gebeurtenissen niet vanzélf angst oproepen.

De cultuur waarin we leven bepaalt welke vorm van angst 'normaal' lijkt. En dat verschilt van cultuur tot cultuur. Als je in Nigeria wordt overvallen door een zwarte man, wijt je dat minder snel aan zijn huidskleur. Het vervelende is volgens Furedi dat angst zo'n geliefd thema is geworden in de Europese samenleving. "Angst wordt nu gezien als een groter probleem dan de misdaad zelf." En dus is de ene politicus (vaak een linkse) bezig de angst te bestrijden (en te bagatelliseren) en de ander (vaak een rechtse) hem aan te wakkeren.

Beiden versterken zo de gedachte dat burger en democratie 'kwetsbaar zijn'. Daardoor verdwijnen ons zelfvertrouwen en vertrouwen in veiligheid uit zicht. Furedi heeft die analyse toegepast op over-angstige ouders, maar hij gaat volgens hem ook op voor de samenleving als geheel.

Jean-Luc Nancy: Zie het vreemde in jezelf

Toen de Franse filosoof Jean-Luc Nancy in 1990 een harttransplantatie onderging, verzette zijn immuunsysteem zich hevig tegen deze indringer. Zijn lichaam begreep niet dat het vreemde hart zijn leven juist zou redden. Dat afweermechanisme vergelijkt Nancy in 'De indringer' met een samenleving die het vreemde probeert af te weren, zoals bij een overdreven angst voor vluchtelingen of moslims.

Die reactie lijkt natuurlijk: wat van buiten komt is gevaarlijk, of tenminste een beetje eng, omdat we het niet kennen. Maar zodra je probeert te begrijpen wát er anders is aan de buitenstaander, sta je al snel met lege handen. Een actueel voorbeeld: moslims worden vaak gezien als 'geloviger', maar zijn er in Nederland dan geen behoudende gelovigen? Of: moslims doen aan ritueel slachten. Maar dat deden Joden toch ook al?

Het gaat Nancy niet om zulke specifieke vergelijkingen, hij wijst er alleen op dat de vreemde ons confronteert met het vreemde in onze eigen samenleving. En dat is niet altijd een prettige denkoefening. We ontdekken dat wijzelf ook rare dingen doen of vinden. Met ons lichaam werkt dat net zo, want ook daar komt de dreiging niet alleen van buiten: kankercellen worden door ons eigen lichaam aangemaakt. Het vreemde zit van binnen.

maandag 9 november 2015

Maria Fourier over tolerantie

Een aanrader:
http://www.mariafoerier.nl/gelijke-behandeling

Tolerantie is niet neutraal


Tolerantie is niet meer neutraal

door Bart Top  

Nederland kent voor het eerst in zijn geschiedenis een meerderheidscultuur, die kan worden gekenschetst als liberaal, seculier en blank. Dat verklaart volgens James Kennedy, hoogleraar Nieuwste Geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waarom er minder verdraagzaamheid bestaat tegenover minderheidsgroepen.

U onderscheidt vormen van tolerantie. Kunt u dat toelichten?

De eerste vraag is: tolerant tegenover wie of wat? Tien jaar geleden scoorden Nederlanders hoog op tolerantie van afwijkend gedrag, lifestyle. Het accepteren van mensen met een andere etnische achtergrond zat op het Europese gemiddelde. Nederland scoorde samen met de Duitsers laag bij het tolereren van politiek extremisme.

Ik maak nog een onderscheid. Er is tolerantie als modus vivendi, als het dulden van meningen van andersdenkenden. Daarnaast is er tolerantie als ideologie, waarbij de dominante meerderheid gaat bepalen wat de inhoud van tolerantie is en degenen die niet meedoen als intolerant gelden en geen deel uitmaken van de gewenste tolerante gemeenschap.

In Nederland was traditioneel tolerantie een modus vivendi tussen minderheden, maar dat is veranderd.

Tot 1960 paste tolerantie in een verzuild model. Daarbinnen was het míjn verantwoordelijkheid als fatsoenlijk mens om anderen niet te kwetsen. Vanaf de jaren zestig kreeg juist de spreker een vrijbrief en moest de toehoorder tolerant zijn voor kwetsende uitspraken. Vrijheid en tolerantie worden dominante begrippen en bekrompenheid en intolerantie moeten het ontgelden. Tolerantie krijgt een militante vorm en wordt iets wat ánderen moeten leren. Komen in die jaren tolerantie en godsdienstvrijheid al met elkaar in conflict?

Godsdienst krijgt een intolerante naam en moet bewijzen dat zij niet bekrompen, intolerant en rigide is. Dat minister Verdonk van moslims eist dat zij kritiek moeten leren incasseren, past bij dat patroon.

Er blijft dan wel tolerantie over: het bestaansrecht van religieuze groepen wordt niet aangetast.

Natuurlijk hoopte men in de politiek, dat de kerken en christelijke partijen allemaal zouden ontploffen. Maar de bescherming en de rechten van minderheden bleven overeind.

Er kwam een ideologische vorm van tolerantie op, zonder dat de bestaande modus vivendi helemaal verbroken werd. Dat geldt tot op de dag van vandaag. Ik denk dat er in Nederland een sterke traditie bestaat van respect voor minderheden, die niet zo gebruikelijk is in andere landen. Het is een levende traditie die wel zwaar onder vuur ligt. Er is voor het eerst een liberale, seculiere, blanke meerderheidscult u u r. Past de discussie over de Nederlandse identiteit in die ontwikkeling?

Ja, men ziet die discussie vaak als een reactie op het feit dat de nieuwe minderheden die identiteit zouden bedreigen. Maar de behoefte aan een sterke identiteit komt vooral voort uit het gegeven dat het voor de eerste keer in lange tijd überhaupt denkbaar is, dat er een meerderheid van Nederlanders achter een dergelijke identiteit, een gezamenlijke cultuur zou kunnen en willen schuilen. Door de verzuiling was dat eerder ondenkbaar.

Een effect van die liberale, seculiere, blanke meerderheid is dat de waarde van godsdienstvrijheid niet meteen wordt gezien. Hoewel die de laatste drie eeuwen als een kernbegrip gold van een vrije samenleving. Nu worden er vragen bij gesteld, zoals door de VVD, die artikel 1 van de grondwet boven alle andere artikelen wil stellen. Dat is een breuk met drie eeuwen vrijheidstraditie, want de hele moderne orde is op godsdienstvrijheid gebaseerd, op de vrijheid van minderheden om hun geweten te volgen zonder dwang van de staat.

Heeft u een verklaring voor die snelle omslag?

Kenmerkend voor Nederland is de dominante kijk op dingen, zoals vrijheid van onderwijs. Daarover bestond lang consensus zonder dat het model ooit echt uitgedaagd is. Dan ontstaat er een crisis, de angst voor de islam, 9/11, en worden problemen zichtbaar. Je krijgt een massale bekering waarin al die problemen die onbespreekbaar waren, centraal komen te staan en de consensus er niet meer toe lijkt te doen. Het patroon is: eerst niet ontvankelijk voor kritiek, een plotselinge crisis en dan ómgaan. In een land dat minder consensusgericht is, wordt dit debat vaak eerder gevoerd.

In 2000 schreef u: 'Gelukkig is de meerderheidscultuur heel tolerant.' Zou u dat nog zo opschrijven?

Ik kom uit de VS, waar meerderheden ontzettend dwingend kunnen zijn, the winner takes it all. Ik denk niet dat het in Nederland die vormen heeft aangenomen. Maar de tolerantie neemt af. Dat zie je aan het debat over de islam. Het is een verontrustende vorm van meerderheidsdenken, die zichzelf verlicht en bevrijd acht en zich opstelt tegenover een minderheid die dat niet zou zijn. Dat is in de eerste plaats slecht voor die minderheid. Het tweede probleem is dat er nauwelijks zelfreflectie plaatsvindt bij de meerderheid.

U vindt dat na de moord op Van Gogh Nederland de kluts kwijt is en in een identiteitscrisis verkeert.

De laatste jaren bestaat de neiging een nieuwe mono-identiteit op te bouwen. Een ongelukkige tendens, omdat mensen meerdere identiteiten hebben. Als je een robuuste definitie van Nederlanderschap wilt, is het in je eigen belang om die identiteit flexibel te maken, zodat andere identiteiten daar onderdeel van kunnen zijn. Het is prima meer aandacht te besteden aan identiteit, meer nadruk op goed burgerschap naar nationale snit, op Nederlandse geschiedenis. Maar dan wél op een brede, inclusieve manier die ook andere identiteiten als bouwsteen ziet. Is er een breuk met de verzuilingsgedachte? Ja, zelfs als je meer ruimte geeft voor verscheidenheid binnen die Nederlandse identiteit. Want die nieuwe identiteiten zullen nooit zo robuust en uitgebouwd zijn als tijdens de verzuiling. Wat het betekent om een moslim-Nederlander te zijn in 2010 zal nooit parallel lopen met wat het Nederlander-zijn voor een katholiek in 1950 inhield.

De omstandigheden zijn veranderd en die moslim zal meer onderdeel worden van de gedeelde samenleving dan destijds de katholiek. Ondanks zichtbare verschillen zoals het hoofddoekje. Naar mijn mening zou je hoofddoekjes en zelfs burka's moeten tolereren.

Maar in Nederland wordt deze levensstijl niet meer als onschuldig gezien, maar als een bedreiging. Daaruit blijkt dat tolerantie de publieke orde als uitgangspunt neemt.

Als tolerantie de orde dient door conflicten te vermijden en afwijkende meningen te dulden, dan ben je wel tolerant. Maar zodra Nederlanders ervan overtuigd zijn dat afwijkend gedrag een bedreiging kan vormen voor de openbare orde, is het gedaan met het tolereren. Tolerantie is hier geen onveranderlijke ethische norm. En als ze de sociale cohesie en vreedzame openbare orde niet langer bevordert, dan heeft ze nauwelijks bestaansrecht meer.

maandag 26 oktober 2015

Je zou het van moralisme bijna barstende Nederland wat ontspanning wensen

Ger Groot − 25/10/15, 22:52
© Flickr/Orse.
Ergens in een verdwaalde krant lees ik dat de Noorse televisie in 2003 een acht uur durende uitzending maakte van de treinreis Oslo-Bergen, gezien vanuit de cabine van de machinist. 'Slow'-televisie voor gehaaste en gestresste mensen - en tegelijk iets wat zich goed met een land als Noorwegen associëren laat. Je ziet er vanzelf kalme houthakkerstypen bij, in een land van ruisende bossen met een schoon milieu.
Geen wonder dat zo'n uitzending goed viel in een land dat wel modern is maar het contact met 'slow nature' nog niet helemaal is kwijtgeraakt.

Die laatste conclusie werd in het stuk niet expliciet getrokken. Ik dacht haar er onwillekeurig bij. Maar bijna op hetzelfde moment kwam mijn herinnering de vanzelfsprekendheid verstoren. Want dergelijke uitzendingen waren in 2003 bepaald niet nieuw. Ik moet ze - denk ik - al in de jaren '80 hebben gezien. Op de Nederlandse televisie werden ze uitgezonden in de nachtelijke uren. En ook zij waren een, zij het kortstondig, succes.

Eén ding doorkruiste mijn logica echter gevoelig. De gefilmde treinreizen uit die jaren kwamen helemaal niet uit Noorwegen. Aanvankelijk lieten ze voornamelijk schilderachtige tochtjes zien door het Zwitserse of Duitse hooggebergte. Later verdween zelfs dat natuurschoon en toonden ze banale plattelands- of zelfs industriestreken. Een paar uur met een boemetje van, pak weg, Duisburg naar Osnabrück. Rustgevend was het wel.
  •  
    Hoe minder we weten van een land, des te sneller beschouwen we de eerste de beste indruk als kenmerkend.
Idealistische filosofen
Maar zou ik daaruit moeten concluderen dat Duitsers dus kennelijk net zo'n rustieke hang naar kalmte en bespiegeling zouden hebben als de Noren? Idealistische filosofen, waarvan dat land er altijd veel heeft gehad, zouden het waarschijnlijk graag denken. Maar één blik op het Ruhrgebied of het zakencentrum van Frankfurt verjaagt die droom. En dus vind ik dat soort filmpjes automatisch een stuk minder typerend voor Duitsland dan voor Noorwegen, dat ik alleen maar ken van bosrijke posters in reisbureaus.

Hoe minder we weten van een land, des te sneller beschouwen we de eerste de beste indruk als kenmerkend. Bij mensen gaat dat precies zo. Wanneer ik als part-time allochtoon in Spanje ben, staat alles wat ik doe automatisch in het licht van mijn Nederlanderschap. Ben ik stipt op tijd bij een afspraak, dan is dat een teken van mijn noordelijke precisie. Ga ik boodschappen doen met een meegenomen tas, dan ben ik een milieubewuste Nederlander. Ga ik vroeger naar bed dan de nachtbrakende Spanjaard, dan wreekt zich mijn calvinistische inborst.
Calvinist
Niets maakt het uit wanneer ik zeg helemaal geen calvinist te zijn, dat Nederlanders niet zo vreselijk stipt zijn, en trouwens ook niet zo milieubewust. Na jaren van tegenspraak heb ik me er maar bij neergelegd dat er in weerwil van mijn uitgesproken feminisme-scepsis nog altijd een waas van vrouwvriendelijke progressiviteit om mij hangt.

Wanneer ik in eigen land kranten en columnisten lees, hoor ik over dat soort mechanismen veel ophef, verontwaardiging en protest opklinken. Racisme, xenofobie, sexisme: het kan allemaal niet op - ook al zijn de aanstootgevende symptomen in hun alledaagsheid nauwelijk het vermelden waard. Vreemd genoeg maakt die alledaagsheid ze juist tot een wereldprobleem. Want je zult er maar op elk moment van de dag mee geconfronteerd worden. Tja, dat is zo - daar kan ik van meepraten.
  •  
    Je zou het van moralisme bijna barstende Nederland graag wat meer gevoel voor betrekkelijkheid en ontspanning toewensen.
Generalisaties
Maar laten we de zaken niet erger maken dan ze zijn. De meeste van die generalisaties en snelle oordelen zijn simpelweg de producten van de manier waarop onze geest werkt. Dat geld voor die van mij - die Noren stereotypeert en zich tegelijkertijd zelf Nederlands gestereotypeerd ziet worden, net zo goed als voor die van de ophefmaker die achter elke 'vanzelfsprekendheid' de schaduw ziet van de racist, de sexist, enzovoort.

Ja, die laatsten bestaan. Maar ze zijn zeldzamer dan de verontwaardigingsdrang die ze zo graag op heterdaad zou betrappen veelal denkt. Van de weeromstuit ziet hij daardoor overal wandaden en kwaadaardigheid. En maakt zich zo - ironisch genoeg - zelf schuldig aan wat hij aanklaagt door elke toevalligheid met een boze vinger na te wijzen.

Je zou het van moralisme bijna barstende Nederland graag wat meer gevoel voor betrekkelijkheid en ontspanning toewensen. Misschien zou een rustgevende treinreis op de slow-tv helpen. Niet Noors of Duits, maar gewoon van Zwolle naar Leeuwarden, liefst met de nodige vertragingen. Hoe langer hij duurt, des te leger en kalmer het in het hoofd wordt. Daar kan de NS vast wel voor zorgen.