woensdag 31 augustus 2016

Gedicht

 
 
Na elke oorlog
moet iemand opruimen.
Min of meer netjes
wordt het tenslotte niet vanzelf.
 
Iemand moet het puin
aan de kant schuiven
zodat de vrachtwagens met lijken
door kunnen rijden.
 
Iemand moet waden
door het slijk en de as,
de veren van de canapés,
de splinters van glas
en de bloederige vodden.
 
Iemand moet de balk aanslepen
om de muur te stutten,
iemand het glas in het raam zetten,
de deur in de hengsels tillen.
 
Fotogeniek is het niet
en het kost jaren.
Alle camera’s zijn al
naar een andere oorlog.”
 
Uit: Einde en Begin - Wislawa Szymborska

dinsdag 23 augustus 2016

Geweld: Om over na te denken.


We ontlopen geweld niet door er niet over na te durven denken

Ger Groot − 11/01/16, 21:01
© Flickr/Sarl Dennise. Non-violence, een beeldhouwwerk van de Zweedse kunstenaar Carl Fredrik Reuterswärd dat voor het hoofdkantoor van de Verenigde Naties staat.
column Een lange vredesperiode heeft ons ervan overtuigd dat de geschiedenis maakbaar is met redelijke middelen. Die droom van geweldloosheid is weliswaar hoogstaand en verleidelijk, stelt filosoof Ger Groot, maar meer dan een droom is het niet.
  •  
    Hoe opgelucht menige vrijheidslievende idealist de val van de sjah ook begroet mocht hebben, na een korte machtsstrijd bleek de pest in het land ingeruild te zijn voor de cholera
Ashraf Pahlavi is dood. Ik had eerlijk gezegd nog nooit van haar gehoord, maar haar achternaam klonk bekend. Laat in de jaren zeventig kwam ik als vrijwilliger te werken op het Nederlandse secretariaat van Amnesty International. De eerste grote campagne waarbij ik betrokken raakte richtte zich tegen de wantoestanden van het regime van de sjah van Iran, die eigenlijk Pahlavi bleek te heten. Dat hij een tweelingzuster had stond niet in het voorlichtingsmateriaal van Amnesty. Dat zij, veel meer dan hij, de drijvende kracht was achter de drieste politiek van het bewind, nog minder.

In 1979 verdween de sjah van het toneel en werd Iran een islamitische republiek. Met enige grootheidswaan zou je kunnen zeggen dat onze campagne tegen het oude regime meer succes had gehad dan we ooit hadden kunnen vermoeden. Ongeveer zoals de muis tegen de olifant zegt: 'Wat stampen we lekker!'
Pest ingeruild voor cholera
Het échte stampen begon pas daarna. De gegoede klassen trokken massaal weg uit Iran. De communisten, eerst vervolgd door de sjah, werden zo mogelijk nog wreder bestreden door hun voormalige 'bondgenoten' van het islamitisch verzet. Hoe opgelucht menige vrijheidslievende idealist de val van de sjah ook begroet mocht hebben, na een korte machtsstrijd bleek de pest in het land ingeruild te zijn voor de cholera.

Nee, dat had met onze protesten tegen het voorgaande bewind niets te maken. Wij streden voor de mensenrechten waar ook ter wereld, zonder aanzien des regimes. Maar ook, zo moet ik toegeven, zonder diep na te denken over de gevolgen van de eventuele successen daarvan - of wat daarop lijken mocht. De deugdzaamheid van de inzet was haar eigen rechtvaardiging.

Arabische lente
Noem het een vorm van Gesinnungsethik: de moraal die de waarde van handelingen afmeet aan de intenties ervan. Ik kan haar verdiensten moeilijk ontkennen, maar ze komt wel steeds hardhandiger in botsing met de Realpolitiker in mij. Want wat is er, om bij het heden te blijven, inmiddels niet geworden van de 'Arabische lente' die door bijna iedereen met gejuich werd begroet? In het beste geval een onstabiele natie, in het slechtste een failed state of een verwoestende burgeroorlog. Had het allemaal niet beter kunnen blijven zoals het was, roept af en toe een opstandig stemmetje mij toe.

Die vraag is net zo irrelevant als het stampen van de muis naast de olifant. Geen van beiden verandert iets aan de loop van de geschiedenis, die beheerst wordt door niemand. Dat betekent niet dat menselijke daden er niet toe doen: de hele geschiedenis bestaat uit niets anders. Maar over de betekenis van die daden hebben we net zo min zeggenschap als over hun gevolgen. De stroom ervan raast voort met een donderend geweld waar we ons geen voorstelling meer van durven maken.
  • © AP. Tunesiërs herdenken het begin van de Arabische lente in Sidi Bouzid, waar Mohammed Bouazizi zichzelf op 17 december 2010 in brand stak.
Maakbare geschiedenis
Een ongekend lange vredesperiode heeft ons er gaandeweg van overtuigd dat de geschiedenis maakbaar is met redelijke middelen. De Europese Unie is er nog altijd het kroonjuweel van, al knaagt het geweld en de redeloosheid aan haar grenzen. Misschien moeten we zeggen: al toont zich aan die grenzen de geschiedenis in haar onbarmhartigste gedaante.

De schrijver Heere Heeresma jr. beschreef het doembeeld ervan afgelopen zaterdag in deze krant onverbloemd. Hoe houd je de vluchtelingenstroom die Europa dreigt te destabiliseren werkelijk tegen, zo vroeg hij zich af. 'Eén afschrikwekkend voorbeeld van een doorzeefd bootje met vijftig of honderd opvarenden kan duizenden vluchtelingen rechtsomkeert doen maken,' antwoordde hij. Je wilt het je niet voorstellen.
  •  
    Ook al wensen wij het geweld niet te zien en achten we onszelf ervan gevrijwaard, het bestaat wel
Eigen kinderen opeten
Misschien had Heeresma met zijn artikel alleen maar een satirisch oogmerk, naar het voorbeeld van aan A Modest Proposal van Jonathan Swift. Tijdens de Ierse hongersnood van 1729 stelde die laatste de inwoners van het eiland voor hun eigen kinderen op te eten: wat tegenwoordig een win-win situatie heet. Swifts sarcasme weegt op tegen Heeresma's radicalisering van de steeds luider klinkende roep om 'alle grenzen te sluiten' - want wat zou zoiets in werkelijkheid wel niet betekenen?

Juist daarom moeten we het schrikbeeld van Heeresma serieus nemen. Het pepert ons opnieuw de les in dat de droom van geweldloosheid weliswaar hoogstaand en verleidelijk is, maar desondanks niet meer dan een droom. Zodra de historie zich roert, botst de rede op haar ongenaakbaarheid. Geweld is haar grens - en dat betekent óók dat ze er af en toe tegenaan loopt.

De hemel behoede ons voor Heeresma's apocalyptische taferelen. Maar wij ontlopen ze niet door er niet over te durven nadenken - al was het maar om ze af te wenden. Ook al wensen wij het geweld niet te zien en achten we onszelf ervan gevrijwaard, het bestaat wel - óók als de uiterste grens van ons eigen handelen. Een oplossing biedt het zelden. Ook in dit geval zou het een onvoorstelbare reactie ontketenen. Maar een noodlot is het maar al te vaak, vooral wanneer we onszelf er blind voor maken.

woensdag 27 juli 2016

Ook atheïsten houden van andere mensen....

Ook atheïsten houden van andere mensen

In zijn artikel tegen het atheïsme toont Reinout Wibier zijn liefde voor religie. Hij ergert zich aan de atheïstische reflex in de wetenschap die religieuze gevoelens weg zou lachen, of alleen de negatieve aspecten benadrukt. Maar, zo werpt Wibier tegen: ook de wetenschap heeft negatieve aspecten. Immers, 'waren het niet natuurkundigen die de atoombom hebben uitgevonden?'

Wibier stelt dat er meer waardering moet komen voor de mooie aspecten van religie als 'bron van beeldende kunst en muziek', voor de Bijbel als 'onuitputtelijke bron van wijsheid' en voor het vrijwilligerswerk dat mensen vanuit de kerk doen.


In religie wordt juist de eeuwigheid van waarheden benadrukt
Het is verleidelijk om dit pleidooi met verontwaardiging te beantwoorden. De vergelijking die hij trekt tussen wetenschap en religie is namelijk zeer betwistbaar. De wetenschap is nou juist het terrein waar alles per definitie ter discussie moet worden gesteld, en waar een open houding naar nieuwe inzichten voorop hoort te staan.

In religie wordt juist de eeuwigheid van waarheden benadrukt. Dat is mooi als het over zachte waarden als liefde en vergeving gaat, maar het wordt gevaarlijk als orthodox-religieuzen de eeuwigheid van agressieve dogma's verdedigen.

Wat wel klopt aan het verhaal van Wibier is dat mensen behoefte hebben aan samenbindende verhalen. Er is prachtige kunst voortgekomen uit religieuze inspiratie. Maar wie ontkent dat? Zelfs een felle atheïst als Richard Dawkins zegt in vervoering te raken door kerkelijke muziek.


De claim op de 'onuitputtelijke' wijsheid van de Bijbel is nogal fors
Het is ook juist dat de menselijke behoefte aan samenhang, schoonheid en reflectie niet per se bevredigd hoeft te worden met verhalen die 'wetenschappelijk waar' zijn. Maar daarin heeft religie geen unieke positie. Integendeel. Kinderboeken proberen met pluizige fictieve figuren belangrijke waarden over te brengen, en angsten te overwinnen. Volwassenen genieten van verzonnen verhalen in boeken, films en tv-series die behalve vermaak bieden ook onze eigen levens spiegelen.

Ook in de schilderkunst en muziek wordt al eeuwen gebruikgemaakt van niet-bijbelse inspiratiebronnen, zoals de Griekse mythologie. Bijkomend voordeel van deze inspiratiebronnen is dat niemand betwist dat deze verhalen 'niet letterlijk zo gebeurd' zijn, waar de echtheidsclaim bij religieuze verhalen nog wel te vaak klinkt.

Ook de claim op de 'onuitputtelijke' wijsheid van de Bijbel is nogal fors. De klassieke Chinese, Griekse en moderne filosofie blijken op veel punten beter houvast te geven in het leven dan de christelijke en islamitische 'wijsheden'.


Medemenselijkheid is allereerst iets van mensen, ongeacht of ze religieus zijn of niet
Maar is religie dan niet uniek in 'menselijkheid', bijvoorbeeld in het vrijwilligerswerk? Het is prachtig als mensen vanuit hun religieuze overtuiging iets voor een ander overhebben. Wie kan daartegen zijn? Maar bij een humanistische organisatie als Humanitas doen tienduizenden vrijwilligers hetzelfde. De humanistische ontwikkelingsorganisatie Hivos doet belangrijk werk voor de allerarmsten van deze wereld. Medemenselijkheid is allereerst iets van mensen, ongeacht of ze religieus zijn of niet.

De karikatuur die Wibier maakt over de leegheid van atheïsme en de volheid van religie lijkt een speelse debattruc, maar staat helaas in een wrange context. Wereldwijd groeit de groep 'ongebondenen' sterk: na het christendom en de islam zijn atheïsten en mensen die niet bij een georganiseerde religie willen horen de grootste groep wereldburgers. Helaas wordt deze groeiende groep in veel landen verketterd, vervolgd en zelfs gedood, omdat 'ongelovig' gelijk zou staan aan 'immoreel'.

Laat iedereen - orthodox, vrijzinnig, gelovig of atheïst - in vrijheid van elkaars inspiratiebronnen gebruik maken, zonder elkaar tot karikaturen terug te brengen.

Boris van der Ham is voorzitter van het Humanistisch Verbond

dinsdag 26 juli 2016

Atheisten zijn beperkte mensen......

Atheïsten zijn beperkte mensen

Religie en wetenschap

               
In sommige kringen is het een teken van beschaving en ontwikkeling om praktiserend atheïst te zijn. Religie is een achterhaald concept en de bron van veel onnodig geweld en leed, zo is de gedachte. Voorbeelden die deze stelling onderschrijven zijn niet moeilijk te geven. Religieus geïnspireerd terrorisme, godsdienstige oorlogen uit het verleden en het recente misbruikschandaal in de katholieke kerk zijn maar het topje van de ijsberg.

Het is een wonder dat er nog zoveel mensen verstoken zijn gebleven van het verlichtingsideaal waarin het pleit definitief is beslecht ten gunste van ratio en wetenschap. Wie nog enige waarde aan religie hecht, is dom, ongeïnformeerd of geniet persoonlijk voordeel bij het in stand houden van achterhaalde mythen. Het beste ware het wanneer religie zo snel mogelijk wordt afgeschaft, zo menen de aanhangers van deze denkwijze.

Wetenschap afschaffen


Waren het niet natuurkundigen die de atoombom hebben uitgevonden?
Wat in deze discussie soms over het hoofd wordt gezien is dat met dit type argumentatie even goed kan worden betoogd dat het maar beter zou zijn wanneer de wetenschap zo snel mogelijk wordt afgeschaft. Op de erelijst van dit terrein kunnen moeiteloos de meest vreselijke menselijke drama's worden opgetekend. Waren het niet natuurkundigen die de atoombom hebben uitgevonden? Sterker nog, vrijwel alle wapentuig heeft zijn bestaan te danken aan wetenschappelijke ontdekkingen.

Wie dit soort redeneringen doorvoert tot hun ultieme consequentie kan vrijwel ieder ongeluk in het verkeer, in de bouw en zelfs in en om het huis toeschrijven aan wetenschappelijke ontdekkingen zoals de verbrandingsmotor, de hijskraan en vaatwastabletten die zo veel op snoepgoed lijken dat er regelmatig peuters met vergiftigingsverschijnselen naar de eerste hulp moeten worden gebracht. Als de verbrandingsmotor en het vliegtuig nooit waren uitgevonden, zouden er geen vliegrampen zijn en zouden er in Nederland alleen al honderden verkeersdoden minder per jaar te betreuren zijn. Zonder vuurwapens geen gekken die in het rond beginnen te schieten, zonder atoombom geen Hiroshima en Nagasaki.

Diverse verwerpelijke ideologieën hebben zich bovendien beroepen op wetenschappelijke inzichten om hun terreurdaden te rechtvaardigen.

En religie dan?

Maar, zullen atheïsten mij tegenwerpen, op deze wijze wordt wel een heel beperkt beeld van de wetenschap geschetst. Is het niet ook de wetenschap die ervoor heeft gezorgd dat wij een periode van ongekende welvaart, gezondheid en voorspoed doormaken? Is het daarmee niet zo dat de wetenschap per saldo vooral een positief effect heeft gehad op de condition humaine?

Natuurlijk is dat zo. Maar hoe zit het dan met religie?

Laat ik vooropstellen dat de tegenstelling tussen religie en wetenschap eigenlijk een valse is. Religie en wetenschap bestrijken verschillende terreinen die meestal weinig met elkaar hebben te maken. Weliswaar hebben machthebbers in de kerk bepaalde wetenschappelijke ontdekkingen bestreden als dat beter in hun straatje paste.

Maar dan hebben wij het over het misbruiken van religie voor politieke doeleinden, een gevaar waaraan de wetenschap evengoed blootstaat. Sterker, zoals Herman Finkers opmerkte in zijn oudejaarsconference, kan een theelepeltje worden misbruikt om het oog van een medemens uit de oogkas te wippen. Wie meent dat om die reden theelepeltjes maar moeten worden verboden, geeft niet echt blijk van een sterk ontwikkeld gevoel voor logica.

Successen


De Bijbel is een onuitputtelijke bron van wijsheid
En op het terrein waartoe de religie behoort, het terrein van reflectie, levensbeschouwing en zingeving, kan religie toch wel enige successen laten zien. Voor miljoenen mensen is leed beter te verdragen, zijn feestelijke gebeurtenissen extra glansrijk en is het leven zinvoller dan wanneer zij zonder een religieus kader zouden leven.

Religieus geïnspireerde goede doelen helpen vluchtelingen, dragen bij aan armoedebestrijding en bieden hoop aan mensen naar wie anders waarschijnlijk niemand zou omkijken. De Bijbel is een onuitputtelijke bron van wijsheid en de Evangeliën zijn doordrenkt van menselijkheid, de oproep elkaar te helpen, de roep om bescheidenheid, mildheid en vergevingszin. Allemaal zaken waaraan nog nooit zoveel behoefte heeft bestaan.

Daarnaast is religie een vrijwel onuitputtelijke bron van beeldende kunst en muziek gebleken wat het troostende vermogen van godsdienst voor velen nog groter maakt. En natuurlijk: in wetenschappelijke zin is religie misschien niet 'waar', maar een volwassen beeld van godsdienst onderkent enerzijds dat dergelijke waarheid ook niet wordt beoogd en anderzijds dat er verschillende vormen van waarheid bestaan.
 

Onmisbaar


Vanuit mondiaal perspectief is het christendom sinds de komst van paus Franciscus misschien wel bloeiender dan ooit en vormen atheïsten slechts een minderheid
Religie is net als wetenschap, muziek en filosofie een uitvinding die een waardevolle toevoeging vormt op het menselijk bestaan. Voor de meeste mensen is het zelfs een aspect van het leven dat onmisbaar is. In het seculiere Nederland zou je het bijna vergeten, maar vanuit mondiaal perspectief is het christendom sinds de komst van paus Franciscus misschien wel bloeiender dan ooit en vormen atheïsten slechts een minderheid.

Uiteraard is niemand verplicht een (bepaalde) religie aan te hangen, laat staan te belijden. Zoals sommige mensen de lol van sport niet inzien of zich liever laten bedotten door homeopathische 'geneeskunde' dan hun heil te zoeken in de reguliere, op wetenschap gefundeerde gezondheidszorg, staat het eenieder vrij er al dan niet een religieus leven op na te houden. Maar wie religie categorisch afwijst als achterhaald of slecht is net zo oppervlakkig, beperkt en misschien zelfs wel onverdraagzaam als diegenen die de wetenschap afdoen als de bron van alle kwaad.

Reinout Wibier is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg

zondag 15 mei 2016

Democratie

Radicale democratie achter nationaal hek?

Hans Goslinga − 15/05/16, 08:00
© anp. James Madison was één van de stichters van de Verenigde Staten met een tegendraadse visie.
COLUMN De opvatting is diep ingedaald dat de democratie alleen in kleine gemeenschappen kan werken. Hoe kleiner, hoe beter.
Het is een van de argumenten die populisten inbrengen tegen de Europese Unie. Maar wat zei James Madison, een van de stichters van de Verenigde Staten? Hoe groter, hoe beter. Hoe kleiner, hoe riskanter voor de vrijheid.

Het Amerika in die dagen, dertien staten met krap vier miljoen inwoners, is absoluut niet te vergelijken met het Amerika van nu of met Europa, maar het kan geen kwaad bij de tegendraadse visie van Madison stil te staan. Zeker nu het soort van democratie inzet van een heftige politieke strijd is, zowel in relatie tot de nationale als de Europese schaal.

De democratie is een olifant
In deze column heb ik Amerika vaak aangeduid als de eerste moderne democratie. Dat is misschien niet helemaal juist. De rechtsdenker en politicus Madison zag de jonge federatie als een 'niet-tirannieke republiek', die als voornaamste doel had de vrijheid te hoeden. Niet de democratie stond centraal in zijn visie, maar de vrijheid. Niet zo gek na de onafhankelijkheidsoorlog tegen de tirannieke Engelse koning.
  •  
    Democratie is niet vanzelfsprekend de vriend van de vrijheid
Madison doelde echter niet alleen op de zojuist gewonnen vrijheid van de federatie, maar ook op de vrijheid van burgers. In dat perspectief was hij beducht voor de democratie. De Franse politiek denker Tocqueville zou de democratie later beschrijven als 'een olifant die je moet leren berijden om te voorkomen dat hij je verplettert'.

Het is in onze dagen misschien even wennen aan de gedachte dat democratie niet vanzelfsprekend de vriend van de vrijheid is. Maar het is niet nodig ver in de geschiedenis terug te gaan om die beduchtheid te begrijpen. Madison was de democratie toegedaan als een belangrijke tegenmacht van een sterke centrale regering, maar hij vreesde de wil van de meerderheid, omdat die dingen kon doordrukken die de individuele vrijheid om zeep zouden helpen.

In kleinere gemeenschappen achtte hij dat gevaar reëler dan in een grote republiek, omdat daarin de diversiteit van opvattingen en belangen groter zou zijn. Of die visie nu nog volledig houdbaar is, betwijfel ik. De wijsheid erachter is dat wel: de democratie moet omwille van de vrijheid zichzelf duchten.
  •  
    Het ontbreekt de Europese Unie aan macht en slagvaardigheid om adequaat op crises te reageren
  • © Jorgen Caris.
    Hans Goslinga
De vrijheid staat centraal
De betekenisvolle verschuiving in het denken waartoe Madison aanzet, is dat je niet de volksinvloed centraal stelt, laat staan die invloed verabsoluteert zoals populisten doen, maar de vrijheid. Precies daarom was hij niet alleen voor een ingetoomde (representatieve) democratie, maar ook voor een regering die niet alleen het volk bestuurt, maar ook controle op haar doen en laten mogelijk maakt. "Als engelen mensen zouden besturen, had je geen controle van binnenuit en van buitenaf nodig."

Deze visie krijgt nog meer reliëf bij de wetenschap dat de confederatie van Amerikaanse staten de onafhankelijkheidsoorlog tegen de Engelsen bijna had verloren door een gebrekkig centraal gezag. Madison was, alweer omwille van de vrijheid, voor een sterke federale regering, maar maakte desalniettemin voluit ruimte voor de tegenmacht, in de vorm van volksinvloed en, kort gezegd, de rechtsstaat.

'De vergeten presidenten'
Vertaald naar onze tijd dringt de conclusie zich op dat het de Europese Unie ontbreekt aan macht en slagvaardigheid om adequaat op crises te reageren. Die gevolgtrekking betekent geen desavouering van de democratie, zoals absolutisten onmiddellijk zullen roepen. De stelling is zelfs verdedigbaar dat de tegenmacht op Europees niveau gebrekkig werkt, omdat de macht gebrekkig werkt. De besluitvorming van 28 regeringsleiders is moeizaam, de bevoegdheden zijn nog te beperkt, de uitvoering is vaak een kwestie van afwachten.
  •  
    In de jonge Verenigde Staten kreeg de macht pas een gezicht met George Washington
Het ontbreekt de Europese macht bovendien aan een gezicht. In de jonge Verenigde Staten kreeg de macht pas een gezicht met George Washington, de eerste president onder de nieuwe grondwet (van Madison). In werkelijkheid was hij de vijftiende president. Hij had veertien voorgangers, die de 'vergeten presidenten' worden genoemd. Dat zal vermoedelijk ook het historische lot van Van Rompuy en Tusk zijn, zou het tot een Verenigde Staten van Europa komen.

De crises en dreigingen waarop de Unie een antwoord moet vinden, onderstrepen de noodzaak van een sterker centraal gezag. Dat streven zou wellicht meer vaart krijgen als de vrijheid in collectieve en individuele zin voorop zou staan. De twee eeuwen oude wijsheid uit het Westen leert dat een radicale democratie waarin de wil van de meerderheid beslissend is, de vrijheid bedreigt. Zeker als je om die democratie nationale hekken plaatst.