maandag 24 april 2017

Privacy


Zonder privacy is er geen vrijheid

SAMENLEVING
Bart Jacobs 
. © Thinkstock
ESSAY
Onze privacy is in gevaar. Met zes eisen aan het nieuwe kabinet leidt Bart Jacobs ons naar een veilige, digitale wereld. 
De ICT-industrie rukt op in ons dagelijks leven. Via de vele apps op onze telefoons, maar ook als gevolg van de digitalisering van auto’s, huizen en medische zorg. Door die ontwikkeling verschuiven de maatschappelijke machtsverhoudingen. Gegevens geven macht.
De essentie van privacy is dat informatie over ons doen en laten binnen de oorspronkelijke context blijft. Wat we aan onze huisarts vertellen moet niet ineens opduiken in de supermarkt. We begrijpen allemaal dat een bank gegevens nodig heeft voor onze financiële transacties. Maar als zo’n bank plannen maakt - zoals ING ooit deed - om die gegevens aan anderen te verkopen, zijn we verontwaardigd: dat was niet de bedoeling. 
Leerlingen mogen op school fouten maken zonder dat derden die informatie buiten de school voor andere doeleinden gebruiken. Voor goede medische zorg is het van wezenlijk belang dat patiënten erop kunnen vertrouwen dat hun medische gegevens niet elders terechtkomen en andermans belangen dienen.
Wanneer we privacy zo omschrijven, is iedereen er voorstander van. We zijn de afgelopen jaren echter bestookt met demagogische uitspraken als: ‘Privacy is de schuilplaats van het kwaad’ en ‘Wie niks te verbergen heeft, heeft ook niks te vrezen’. Dit doet geen recht aan het subtiele karakter en het grote maatschappelijke belang van privacy. Ons functioneren als vrije, autonome individuen staat of valt met privacy.
Hoe kunnen we die beschermen? Om de problemen te verduidelijken, presenteer ik hier stellingen, drogredeneringen en ten slotte aanbevelingen voor het nieuwe kabinet (en onszelf).

1. Gegevensstromen bepalen wie de macht heeft

In de beroemde film ‘All the President’s Men’ (1976) leggen de journalisten Bob Woodward en Carl Bernstein het Watergate-schandaal bloot. Ze worden aangestuurd door een geheimzinnige bron die aldoor zegt: Follow the money!
Inderdaad werden de machtsverhoudingen in de samenleving toen nog bepaald door de geldstromen. Tegenwoordig moeten we zeggen: Follow the data!
Grote ICT-bedrijven als Google, Facebook en Amazon (‘Big IT’) hebben dit maar al te goed begrepen. Google kan gegevens over ons verzamelen via auto’s, thermostaten en andere apparaten die met het internet of andere digitale netwerken zijn verbonden. Met die gegevens kan het bedrijf ons gedrag sturen. We moeten dus leren denken in termen van gegevensstromen: wie krijgt welke data?

2. Privacybescherming kan niet zonder digitale technieken

Voorvechters van privacy roepen vaak dat je je maar beter verre kunt houden van moderne digitale techniek. Dat is een achterhoedegevecht én een miskenning van wat de juiste digitale techniek - bijvoorbeeld via versleuteling en pseudonimisering - mogelijk maakt voor privacybescherming.

3. De politiek kan ICT-ontwikkelingen wel degelijk reguleren

ICT-ontwikkelingen gaan razendsnel en de bijbehorende wetgeving hobbelt erachteraan. Big IT lobbyt overal in de politiek, vooral in Brussel, om, zoals de bedrijven in kwestie zeggen, de ontwikkelingen hun gang te laten gaan en innovatie vooral niet te verstoren. Het gaat daarbij om grote commerciële én maatschappelijke belangen. Welke staan voorop?
Alles overlaten aan Silicon Valley is óók een politieke keuze. Maar de sector valt wel degelijk te reguleren, vanuit algemeen belang. Een goed voorbeeld is de ‘netneutraliteit’: gegevens zonder selectie doorgeven. Privacyvriendelijke technieken invoeren dan wel afdwingen is óók een politieke keuze.

4. Achteraf gezien is het optimisme over vrijheid en transparantie door internet naïef

Het internet is in de jaren tachtig en negentig opgekomen. Dat gebeurde met het bijna hippieachtige optimisme dat dankzij de transparantie van dat internet machtsmisbruik onmogelijk zou worden en wij allemaal vrijere burgers zouden worden. Het tegenovergestelde is gebeurd: wij burgers zijn transparant geworden, door massale surveillance van commerciële partijen (bijvoorbeeld via tracking cookies) en van overheden (zoals Edward Snowden heeft onthuld). Veel macht is daarbij op schimmige wijze terechtgekomen bij enkele buitensporig rijke individuen.
Mocht Mark Zuckerberg, de grote baas van Facebook, in 2020 besluiten mee te doen met de Amerikaanse presidentsverkiezingen, dan kan hij zichzelf gewoon president maken. Hij weet bijna alles van het overgrote deel van het electoraat en heeft de digitale middelen om mensen gepersonaliseerde berichten te tonen (en andere berichten te onthouden).
We vonden de Italiaanse oud-premier Berlusconi destijds al doodeng, maar dat stelde niets voor: die had alleen maar kranten en tv-zenders en kon geen gepersonaliseerde boodschappen sturen. Zuckerberg is ‘Berlusconi on steroids’.

1. Iedereen zet toch immers z’n hele hebben en houwen op Facebook?

Deze uitspraak kom je vaak tegen als voorbereiding op een uitermate privacyonvriendelijk plan: als Facebook z’n gang kan gaan, dan kan ons plan natuurlijk ook door de beugel. Soms hoor je de variant: jongeren geven niks om privacy, want ze zetten alles op Facebook. Dat is niet waar. Het gaat vaak als volgt: kinderen maken een fout, zetten iets online waardoor de hele klas hen uitlacht. Daarna zijn ze meestal juist heel zorgvuldig op dit punt, misschien wel zorgvuldiger dan hun ouders. Daarbij geldt natuurlijk ook: als sommigen ervoor kiezen in hun blootje te lopen, is dat geen argument om anderen ertoe te dwingen.

2. We zoeken een balans tussen veiligheid en privacy

Deze kreet is vooral onder politici populair. Als je dit hoort kun je er donder op zeggen dat de balans zoek is: privacy gaat het afleggen.
Ik zeg dan altijd: ik wil én veiligheid én privacy. Niet of-of, maar en-en. Zo’n reactie vinden politici en anderen vaak maar moeilijk. Maar zulke moeilijkheden zijn vaak de motor voor echte innovatie: schijnbare tegenstellingen die dankzij nieuwe technieken toch verenigd worden. Inderdaad, strenge regelgeving leidt vaak tot innovatie; zie het milieu.

3. We kunnen doen wat we willen, want de gebruiker is akkoord

Toestemming van de gebruiker is een van de meest overschatte en slechtst functionerende mechanismen die we kennen. Wie leest gebruikersvoorwaarden? Vaak zijn het bewust afschrikwekkende juridische lappen tekst die, als puntje bij paaltje komt, uitermate vaag zijn. De opstellers willen dat we zo snel mogelijk op ‘Akkoord’ klikken. En dat doen we dan ook massaal. Alternatieven worden niet geboden.
Dergelijke ‘toestemming’ is helemaal een lachertje in de gezondheidszorg. Je ziet dat de Googles, Apples en Philipsen van deze wereld zich massaal op de zorg storten. Waarom? De marges zijn daar het hoogst en zieke mensen zeuren niet over privacy.

4. We moeten al uw gegevens hebben voor betere gezondheidszorg

Afgelopen februari toonde het tv-programma ‘Zembla’ hoe big-datacowboys de directie van de Belastingdienst in vervoering hebben gebracht met hun methodes voor het tegengaan van fraude: ze maakten kopieën van de belastinggegevens van alle elf miljoen particulieren en twee miljoen bedrijven, op aparte computers. Beveiliging of controle vond de Belastingdienst niet nodig, ondanks herhaalde waarschuwingen. 
Mogelijk verschijnen onze gegevens binnenkort allemaal op een Russische website; Joost mag weten wie erbij kan. Natuurlijk is minder fraude en betere zorg een goede zaak. Maar moeten we alle andere waarden daaraan opofferen? Vrijheid van discriminatie en van machtsmisbruik, zorgvuldigheid en bescherming moeten vooropstaan, zodat patiënten hun artsen volledig durven te informeren, zonder angst voor andere agenda’s. Dat is een algemeen maatschappelijk belang.

5. Als we die data niet mogen verwerken, leggen we het af tegen onze Amerikaanse concurrenten

Er is een groot cultuurverschil tussen Europa en Amerika. In Europa is privacy een fundamenteel recht, terwijl die in Amerika veel meer onderhandelbaar is. De privacywetten van de VS gelden bijvoorbeeld specifiek voor de medische of de financiële sector. 
Dit verschil ligt aan de basis van de vele conflicten tussen Brussel en de Amerikaanse ICT-sector; die laatste mag op de eigen markt zo ongeveer alles wat God verboden heeft. Hier is een level playing field vereist, zodat alle bedrijven zich aan dezelfde regels moeten houden. Met de introductie, in mei 2018, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming komt er een nieuw wettelijk kader voor de hele EU, en dus ook voor alle bedrijven die binnen de EU opereren.

6. We tonen u uitsluitend advertenties die u wilt zien

De favoriete slogan van de advertentie-industrie. Het klinkt aannemelijk, maar het klopt gewoon niet: de aanbieders tonen u dingen waarvan zíj willen dat u ze ziet. Er is zelfs kans dat je een hogere prijs betaalt als je met een computer van Apple online winkelt: het komt voor dat de software van de aanbieders de dure computer herkent en een hogere prijs toont, ook al wilt ú een lágere prijs zien. Zulke prijsdiscriminatie vindt plaats op basis van persoonlijke profielen, vaak opgebouwd met cookies.
Kortom: we worden bedonderd waar we bij staan, mogen niet weten hoe we bedonderd worden en krijgen geen alternatieven zonder bedrog. 

1. Beschouw privacy en gegevensbescherming als ‘het nieuwe groen’

De gifschandalen van de jaren tachtig (zoals in Lekkerkerk) waren de aanleiding voor discussies over strengere milieuregels. Chemische bedrijven schreeuwden moord en brand: hun verdienmodel werd aangetast, banen en welvaart stonden op de tocht. 
Tegenwoordig verdienen we echter aan groene technologie en profileren we ons ermee. Wat is er veranderd? Strengere regels, opgesteld vanuit welbegrepen algemeen belang, hebben geleid tot innovatieve milieuvriendelijke technieken en tot aangepaste businessmodellen. Gegevensbescherming is, naar analogie hiermee, essentieel voor een duurzame digitale omgeving.

2. Maak gegevensbescherming onderdeel van de cybersecurity-agenda

Het nieuwe Nederlandse kabinet gaat waarschijnlijk meer investeren in cybersecurity, vanuit het streven om van Nederland een safe place to do business te maken. Gegevensbescherming moet daarin vooropstaan, als license to do business. 
Het is zelfs een vereiste van de voornoemde Algemene Verordening Gegevensbescherming van de Europese Unie die in mei 2018 van kracht wordt. Duitsland geeft het goede voorbeeld: bij grote ICT-projecten dient minstens tien procent van de uitgaven besteed te worden aan cybersecurity én privacy.

3. Bescherm mensen, soms zelfs tegen zichzelf

In alle beschaafde landen is het verboden om je eigen organen te verkopen. Wat een betutteling! Waarom mag ik geen nier van mezelf verkopen als ik dat zelf wil? Maar: hiermee beschermen we mensen tegen zichzelf, waarbij het er vooral om gaat dat arme mensen niet in de situatie belanden dat ze geen andere oplossing zien dan zo’n drastische stap. 
Juristen noemen dit: buiten de handel plaatsen. Waarom plaatsen we medische persoonsgegevens dan niet ook buiten de handel, juist om ervoor te zorgen dat medische gegevens in een medische context blijven? Tegenover de disproportionele macht en invloed van de Big IT moet tegenmacht georganiseerd worden, zo nodig met enig verlicht paternalisme.

4. Herken en bescherm ‘de publieke zaak’ in de digitale wereld

Welke politici komen op voor de publieke zaak in de digitale wereld? Ik zie ze niet. Als je een Tesla koopt, moet je een document tekenen waarin staat dat al je gebruiksgegevens naar Tesla gaan, voor altijd. Een auto van een ander merk kopen is nu nog een alternatief. Maar wat als alle autofabrikanten zo’n contract afdwingen bij een aanschaf? Dan heb je geen keus meer. 
Moeten we dat maar accepteren? Wie beschermt de burger in dit geweld? De gezondheidszorg wordt nu gekoloniseerd door merken als Apple en Philips. Steden worden verleid om ‘smart’ te worden, wat vaak betekent dat inwoners hun gegevens moeten inleveren. Wie kijkt hier kritisch naar en komt op voor het algemeen belang?

5. Introduceer nieuwe rechten om informatie te ontvangen zonder toezicht en profilering

Fundamentele burgervrijheden zoals vrijheid van meningsuiting en vrijheid van drukpers gaan over het vrij zijn om informatie te versturen. Dat is heel belangrijk. Maar wat net zo belangrijk is geworden, is de vrijheid om informatie te ontvangen. De bedrijven achter sociale media bieden informatie gepersonaliseerd aan, waardoor je liefde voor katten ertoe leidt dat je alleen nog kattenvideo’s op je tijdlijn aantreft en nooit meer iets over Syrië. 
De nieuwe media bepalen, kortom, wat je te zien krijgt, vanuit hun eigen commerciële dan wel politieke belangen en die van hun adverteerders. Zo beland je in een zogeheten filterbubbel, waarin je verstoken blijft van allerlei informatie en soms zelfs nepnieuws krijgt voorgeschoteld. 
Als ik mijn krant op papier koop, kan ik zelf kiezen welke artikelen ik lees en ziet de uitgever niet welke ik gekozen heb. Maar als ik de krant online lees, is de situatie behoorlijk Big Brother-achtig. Europese rechters hebben een ‘recht om te worden vergeten’ geïntroduceerd.
Wat we daarnaast nodig hebben: het ‘recht om niet te worden bespied’ en een ‘recht om niet te worden geprofileerd’. Zodat u en ik digitale diensten ook kunnen gebruiken zonder gedwongen ontkleding.

6. Behandel grote ICT-ondernemingen als nutsbedrijven en dwing ze tot opsplitsing

Een bedrijf dat in Nederland elektriciteit of mobiele telefonie wil leveren, moet dat volgens de wet ook in afgelegen gebieden doen, waar misschien geen winst te behalen valt. 
Vanuit welbegrepen publiek belang zijn nutssectoren als gas, water, licht en telecommunicatie zwaar gereguleerd. Het wordt hoog tijd dat dit ook gebeurt met digitale diensten, omwille van diezelfde publieke zaak.
Daarbij is het verstandig om dergelijke diensten van elkaar te scheiden, zodat een bedrijf niet tegelijkertijd activiteiten op medisch gebied kan ontplooien, advertenties kan verkopen of sociale media mag bestieren. Ook dit om onze gegevens binnen één context te kunnen houden en onze privacy en autonomie te garanderen.
Bart Jacobs (1963) is hoogleraar computerbeveiliging aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is expert in digitale beveiliging en privacy.

woensdag 15 februari 2017

Twee bijzondere artikelen.

Deze artikelen zijn het makkelijkst te lezen als je ze vergroot.
Houd de toets Ctrl ingedrukt en druk dan een aantal keren op de + toets!
Weer verkleinen: Ctrl en de - toets.
Succes!



zondag 22 januari 2017

Mantelzorg.... Hoe ver mag je gaan?


Jasmijn (21) kreeg twee jaar geleden op vakantie plotseling een hersenbloeding.

DINSDAG 10 JANUARI 2017, 22.55 UUR OP NPO 2

Zaterdag 21 januari 2017, 11.15 op NPO 2 (herhaling) 


Eenmaal thuis veranderde alles, niet alleen voor Jasmijn, maar ook voor haar ouders en twee jongere broers. Moeder Peronne stort zich vol overgave op de zorg voor haar dochter, maar deze blijkt complex. Peronne bevindt zich in een constant dilemma; waar moet ik sturen, waar moet ik afstand nemen? Ze neemt haar dochter bij de hand om haar mogelijkheden te ontdekken, maar is tegelijkertijd zondebok voor alles waar Jasmijn tegenaan loopt. Een nieuwe stap naar zelfstandigheid ligt in het vooruitzicht. De schuur in de tuin wordt omgebouwd tot een huisje voor Jasmijn. Jasmijn én Peronne hopen daardoor weer een deel van hun oude leven terug te krijgen. Hoe makkelijk is het nog om elkaar weer los te laten?
De lengte van liefde is een productie van Vossenfilms en is tot stand gekomen met een wildcard van het Filmfonds en ontving de Filmprijs van de Stad Utrecht op het NFF 2016.
Druk op de onderstaande link. De film duurt 58 minuten.

maandag 12 december 2016

vrijdag 9 december 2016

Populisme

Populisme

Populisme is een verzamelnaam voor politieke bewegingen die zich afzetten tegen de gevestigde orde. Kiezers voelen zich vooral aangetrokken tot het saamhorigheidsgevoel en de leider van een populistische groepering. Het succes van populistische beweging hangt af van het kiesstelsel, de reputatie van de gevestigde partijen en de strijd tussen de partijen. Een populistische partij die gaat regeren heeft een aantal voordelen en nadelen vergeleken bij traditionele politieke partijen.

Wat is populisme?

In de volksmond heeft het begrip populisme vaak een negatieve klank. Het begrip wordt gebruikt om politici te beschuldigen van het misleiden van de kiezer. Populisten zouden enkel zeggen wat het volk horen wil. Door wetenschappers wordt het begrip populisme op verschillende manieren ingevuld. Het begrip populisme zou kunnen worden gezien als een verzamelnaam voor uiteenlopende politieke bewegingen, met een aantal gemeenschappelijke kenmerken. Populisme heeft als uitgangspunt de tegenstelling tussen de elite en het volk. De beweging zet zich enkel af tegen de gevestigde orde.
Een populistische beweging ontstaat wanneer een grote groep mensen in de samenleving zich ervan bewust wordt geen toegang te hebben tot het centrum van de macht. Zij verwijt de elite niet naar het volk te luisteren. Het populisme stelt groot vertrouwen in het gezonde verstand van gewone mensen en vindt dat de wil van het volk het uitgangspunt moet zijn in de politiek. Hierdoor kan het populisme zich verbinden met zowel linkse als rechtse ideologieën. In de praktijk verbindt het populisme zich vooral met rechtse denkbeelden en maatregelen.
Verder kenmerkt de beweging zich door concentratie rondom een leider, het gemis van partijdiscipline en een gestructureerde partijorganisatie. De beweging heeft het uitgangspunt dat de politiek gezuiverd moet worden van allerlei misstanden, de voorkeur voor directe democratie en beperkt regeringssucces. Populisme wordt gezien als een symptoom van een dieperliggend probleem in de democratie. Onze representatieve democratie claimt iedereen te vertegenwoordigen, maar in de praktijk blijkt dit onmogelijk. 

Hoofdlijnen

Er zijn verschillende vormen van populisme. Socioloog J. Berting maakt onderscheidt tussen protestpopulisme, dat meestal verbonden is met charismatisch leiderschap en identiteitspopulisme, dat vaak verbonden is met fundamentalistisch leiderschap.
Onder protestpopulisme scharen we de populistische bewegingen waarbij de nadruk in eerste plaats gelegd wordt op protest. Deze bewegingen protesteren tegen bepaalde ontwikkelingen, bijvoorbeeld tegen de mondialisering. Ze combineren het protestkenmerk met de andere genoemde kenmerken, zoals nadruk op het gewone volk. Ze willen een betere democratie waarin de stem van het volk gehoord wordt, vaak zijn ze voorstander van het referendum.
Het protestpopulisme kent vaak een charismatische leider. Dit is een leider met charismatisch gezag, gezag gebaseerd op het geloof van de volgelingen in de buitengewone gaven van de leider. De leider gelooft uitverkoren te zijn, dit wordt versterkt door het vertrouwen dat de aanhangers in hem stellen. Hij heeft de opdracht om een nieuwe orde te scheppen. Het protestpopulisme heeft een sterk revolutionair karakter.
Identiteitspopulisme of nationaal-populisme legt de nadruk op de collectieve identiteit van de natie, welke beschermd moet worden tegen negatieve invloeden. Ze richten zich tegen vreemdelingen en roepen op tot zelfverdediging van de nationale identiteit. Deze vorm van populisme kan ontaarden in vormen van racisme. Het identiteitspopulisme kan verbonden zijn met fundamentalistisch leiderschap. Populistische vormen van leiderschap zijn moeilijk te verbinden met echte fundamentalistische stromingen, die de terugkeer van zuivere principes van het geloof nastreven, bijvoorbeeld de principes uit de bijbel of de koran. Er zijn ook niet-religieuze vormen van fundamentalisme, die zich richten op de 'oorspronkelijke' collectieve identiteit.
Fundamentalistisch leiderschap rust op traditioneel gezag, gezag dat gebaseerd is op bevelen waarvan de inhoud wordt bepaald door traditie. Vaak zijn de tradities door hen zelf ontworpen. Zij willen de samenleving systematisch hervormen op grond van de 'zuivere leer'. Dit leidt vaak tot onderdrukking van delen van de bevolking en verheerlijking van de verdedigers van de traditie. Deze vorm van leiderschap is ondemocratisch.
Wat trekt aanhangers in het populisme aan?
Kiezers voelen zich vooral aangetrokken tot het populisme doordat het een beweging is die als geen ander een beroep doet op het gevoel van het volk. Het populisme biedt velen een gevoel van samenhorigheid. De aanhangers willen graag ergens bij horen, zij voelden zich voorheen onbegrepen en ongehoord in de samenleving. Doordat vooral op het gevoel van het volk wordt ingespeeld is het populisme, in het bijzonder het identiteitspopulisme, erg gevoelig voor een intolerante opstelling naar anderen in de samenleving. De overgang naar het aanwakkeren van angst voor de ander of verraad is erg klein.
Verder voelen kiezers zich aangetrokken tot de leider van de groepering, met name bij protestpopulistische bewegingen die vaak een charismatische leider hebben. Het biedt hen de mogelijkheid om zich te identificeren met een leider die 'hen begrijpt'. De leider simplificeert de politiek en vertelt hen in eenvoudige en duidelijke taal waar 'het' omgaat. Hij verwoordt het wantrouwen van het volk en bindt de strijd aan met het vermeende machtsmisbruik van de gevestigde orde. De elite zou enkel aan zijn eigen privileges denken en geen aandacht schenken aan het gewone volk. Hij laat het volk verstelt staan door zijn uiterlijke verschijning en ongewone stijl van handelen. De leiders van populistische bewegingen zijn geen doorsneefiguren.
Het succes van populistische bewegingen
Uit wetenschappelijk onderzoek naar het wisselende succes van populistische partijen in West-Europa blijkt dat sociaal-culturele factoren als bijvoorbeeld klassepositie, religie, woonomstandigheden of het percentage migranten niet doorslaggevend zijn voor het succes van een populistische partij. In elk land afzonderlijk bepaalt de politieke situatie of er behoefte is aan een populistische partij. Er zijn drie factoren die het succes van populistische partijen bevorderen, namelijk het kiesstelsel, de reputatie van de gevestigde partijen en de politieke strijd tussen de oude partijen.
Een kiesstelsel dat wordt gekenmerkt door districten en kiesdrempels verkleint de kans dat een beginnende populistische partij doordringt tot vertegenwoordigende organen. Een kiesstelsel gekenmerkt door evenredige vertegenwoordiging en coalitiepolitiek vergroot die kans.
De reputatie van de gevestigde partijen speelt ook een belangrijke rol, een populistische beweging profiteert van een slechte reputatie. Het populisme ontstaat en wordt gevoed door de onvrede en het wantrouwen van het volk naar de gevestigde orde.
Als laatste is belangrijk de strijd of het gebrek aan strijd tussen de partijen. Wanneer politieke partijen geen duidelijk ideologisch profiel hebben en de regeercultuur wordt gekenmerkt door consensus schept dit ruimte voor een populistische beweging om thema's als veiligheid, migratie en milieu te politiseren. Als er voldoende strijd is in de politieke arena en de politieke partijen profileren zich ideologisch scherp ontstaat deze ruimte niet.
Populistische bewegingen in de regering
Populistische bewegingen die gaan regeren hebben een aantal voordelen boven de gevestigde partijen. De populistische partijen hebben niet zoals traditionele partijen belangengroepen en organisaties als fundament. Deelbelangen bepalen in mindere mate hierdoor de agenda. Ook heeft de leider de vrijheid om standpunten te veranderen door gebrek aan tegenstand van interne partijorganen in tegenstelling tot gevestigde partijen. Verder kan de charismatische leider zich profileren door middel van de tegenstelling oud en nieuw.
Maar populistische bewegingen hebben ook nadelen. Eenmaal aan de macht maken ze kennis met de beperkingen van het politieke spel. Het radicale partijprogramma blijkt niet uitvoerbaar en compromissen zullen gesloten moeten worden. Hun gebrek aan bestuurlijke ervaring en het niet willen conformeren aan de gevestigde gewoonten in de politiek benadeelt hun verder. Wanneer een populistische groepering zich aanpast aan de regels van het politiek spel, verliest de groepering vaak een gedeelte van zijn identiteit en vervreemdt zich hierdoor van zijn achterban. De beweging verliest naar van loop van tijd aanhang en de andere partijen nemen vervolgens in afgezwakte vorm de programmapunten van de beweging over. Veel populistische bewegingen zijn verdwenen in het niets.

Populistische bewegingen in Nederland

Nederland heeft ook populistische bewegingen gekend. Van 1919 tot 1937 kenden we in Nederland de Plattelanderbond i o.l.v. Boer Braat i. De partij zette zich in voor de belangen van boeren en tuinders en zette zich af tegen de 'moderne' stedelijke samenleving. Boer Braat verwierf bekendheid door zijn onparlementaire gedrag en zijn strijd tegen de zomertijd. Van 1919 tot 1933 was de partij een eenmansfractie in de Kamer. In 1933 ging de partij onder een andere naam verder.
Van 1958 tot 1981 was er in Nederland de Boerenpartij i, opgericht door boer Koekkoek. De beweging ontstond als vertegenwoordiger van boerenbelangen en verzette zich tegen de bemoeienis van de overheid met landbouw. De beweging ontwikkelde zich tot een algemene protestpartij die zich vooral verzette tegen overheidsbemoeienis. Van 1963 tot 1981 was de beweging in de Tweede Kamer vertegenwoordigt, tijdens kabinet De Jong 1969-1971 had de partij de meeste zetels, namelijk zeven. Door interne conflicten viel de fractie uiteen en ontstonden er afsplitsingen. Voor de verkiezingen van 1971 had de partij nog een slecht 2 zetels over. In 1981 verdween de Boerenpartij die toen de Rechtse Volkspartij (RVP) heette definitief uit beeld.
In Nederland bestond van 1984 tot 1998 de Centrum-Democraten i van Hans Janmaat i. De Centrum-Democraten ontstonden als afsplitsing van de Centrum Partij. Ze hadden als belangrijkste thema migratie en stelden het eigen volk voorop. Ze zijn met maximaal drie zetels vertegenwoordigt geweest in de Tweede Kamer, maar de beweging is nooit goed doorgebroken.
In 2002 deed Leefbaar Nederland i met de Tweede Kamer verkiezingen mee. De partij wilde het politieke bestel vernieuwen en het verkiezingsprogramma bevatte populistische thema's als directe democratie, beter luisteren naar het volk en minder ambtenaren. In 2002 behaalde de partij twee zetels in de Tweede Kamer, in 2003 keerde de partij niet meer terug.
In 2002 kwam de populistische beweging Lijst Pim Fortuyn op. Na gebroken te hebben met Leefbaar Nederland richtte Fortuyn i zijn eigen beweging op. Fortuyn zette zich af tegen de gevestigde orde, het Paarse kabinet, en profileerde zich vooral op de thema's migratie, zorg, onderwijs, grootschaligheid en veiligheid. De partij behaalde na de moord op Fortuyn in 2002 26 zetels, in 2003 keerde de partij terug in de Tweede Kamer met maar 8 zetels.
In 2006 nam de Partij voor de Vrijheid i (PVV) van Geert Wilders deel aan de verkiezingen. Deze partij geldt als populistisch. De PVV keert zich met name tegen 'islamisering van de Nederlandse samenleving', waarvan in haar ogen sprake is en zet zich verder met name af tegen 'links' in brede zin. Bij de verkiezingen in 2010 haalde de PVV 24 zetels, waarop de VVD en het CDA de PVV betrokken bij het formatieproces. De constructie die toen tot stand kwam was uniek voor Nederland: VVD en CDA vormden een minderheidsregering die in het parlement op de steun van de PVV kon rekenen. 
De PVV wordt ook vertegenwoordigd bij de Gemeenteraadsverkiezingen, Provinciale Statenverkiezingen en in het Europees Parlement. 
Er is ook een groep wetenschappers die partijen als de NSB iDS'70 i en Ouderenpartijen i als populistische bewegingen zien. Sommigen gaan er verder vanuit dat populistische bewegingen wel goed in staat zijn om te regeren en onderdeel van het establishment kunnen worden, zij noemen Nieuw Links i en D66 i als voorbeelden. De Socialistische partij i wordt door hen gezien als de enige populistische beweging die uitgegroeid is tot een gedisciplineerde oppositiepartij. Ten slotte kennen we theorieën over populistische leiders die verbonden zijn aan traditionele partijen, hierbij wordt dan verwezen naar politici als Kuyper iTroelstra iDomela Nieuwenhuis i en Wiegel i.