woensdag 15 februari 2017

Twee bijzondere artikelen.

Deze artikelen zijn het makkelijkst te lezen als je ze vergroot.
Houd de toets Ctrl ingedrukt en druk dan een aantal keren op de + toets!
Weer verkleinen: Ctrl en de - toets.
Succes!



zondag 22 januari 2017

Mantelzorg.... Hoe ver mag je gaan?


Jasmijn (21) kreeg twee jaar geleden op vakantie plotseling een hersenbloeding.

DINSDAG 10 JANUARI 2017, 22.55 UUR OP NPO 2

Zaterdag 21 januari 2017, 11.15 op NPO 2 (herhaling) 


Eenmaal thuis veranderde alles, niet alleen voor Jasmijn, maar ook voor haar ouders en twee jongere broers. Moeder Peronne stort zich vol overgave op de zorg voor haar dochter, maar deze blijkt complex. Peronne bevindt zich in een constant dilemma; waar moet ik sturen, waar moet ik afstand nemen? Ze neemt haar dochter bij de hand om haar mogelijkheden te ontdekken, maar is tegelijkertijd zondebok voor alles waar Jasmijn tegenaan loopt. Een nieuwe stap naar zelfstandigheid ligt in het vooruitzicht. De schuur in de tuin wordt omgebouwd tot een huisje voor Jasmijn. Jasmijn én Peronne hopen daardoor weer een deel van hun oude leven terug te krijgen. Hoe makkelijk is het nog om elkaar weer los te laten?
De lengte van liefde is een productie van Vossenfilms en is tot stand gekomen met een wildcard van het Filmfonds en ontving de Filmprijs van de Stad Utrecht op het NFF 2016.
Druk op de onderstaande link. De film duurt 58 minuten.

maandag 12 december 2016

vrijdag 9 december 2016

Populisme

Populisme

Populisme is een verzamelnaam voor politieke bewegingen die zich afzetten tegen de gevestigde orde. Kiezers voelen zich vooral aangetrokken tot het saamhorigheidsgevoel en de leider van een populistische groepering. Het succes van populistische beweging hangt af van het kiesstelsel, de reputatie van de gevestigde partijen en de strijd tussen de partijen. Een populistische partij die gaat regeren heeft een aantal voordelen en nadelen vergeleken bij traditionele politieke partijen.

Wat is populisme?

In de volksmond heeft het begrip populisme vaak een negatieve klank. Het begrip wordt gebruikt om politici te beschuldigen van het misleiden van de kiezer. Populisten zouden enkel zeggen wat het volk horen wil. Door wetenschappers wordt het begrip populisme op verschillende manieren ingevuld. Het begrip populisme zou kunnen worden gezien als een verzamelnaam voor uiteenlopende politieke bewegingen, met een aantal gemeenschappelijke kenmerken. Populisme heeft als uitgangspunt de tegenstelling tussen de elite en het volk. De beweging zet zich enkel af tegen de gevestigde orde.
Een populistische beweging ontstaat wanneer een grote groep mensen in de samenleving zich ervan bewust wordt geen toegang te hebben tot het centrum van de macht. Zij verwijt de elite niet naar het volk te luisteren. Het populisme stelt groot vertrouwen in het gezonde verstand van gewone mensen en vindt dat de wil van het volk het uitgangspunt moet zijn in de politiek. Hierdoor kan het populisme zich verbinden met zowel linkse als rechtse ideologieën. In de praktijk verbindt het populisme zich vooral met rechtse denkbeelden en maatregelen.
Verder kenmerkt de beweging zich door concentratie rondom een leider, het gemis van partijdiscipline en een gestructureerde partijorganisatie. De beweging heeft het uitgangspunt dat de politiek gezuiverd moet worden van allerlei misstanden, de voorkeur voor directe democratie en beperkt regeringssucces. Populisme wordt gezien als een symptoom van een dieperliggend probleem in de democratie. Onze representatieve democratie claimt iedereen te vertegenwoordigen, maar in de praktijk blijkt dit onmogelijk. 

Hoofdlijnen

Er zijn verschillende vormen van populisme. Socioloog J. Berting maakt onderscheidt tussen protestpopulisme, dat meestal verbonden is met charismatisch leiderschap en identiteitspopulisme, dat vaak verbonden is met fundamentalistisch leiderschap.
Onder protestpopulisme scharen we de populistische bewegingen waarbij de nadruk in eerste plaats gelegd wordt op protest. Deze bewegingen protesteren tegen bepaalde ontwikkelingen, bijvoorbeeld tegen de mondialisering. Ze combineren het protestkenmerk met de andere genoemde kenmerken, zoals nadruk op het gewone volk. Ze willen een betere democratie waarin de stem van het volk gehoord wordt, vaak zijn ze voorstander van het referendum.
Het protestpopulisme kent vaak een charismatische leider. Dit is een leider met charismatisch gezag, gezag gebaseerd op het geloof van de volgelingen in de buitengewone gaven van de leider. De leider gelooft uitverkoren te zijn, dit wordt versterkt door het vertrouwen dat de aanhangers in hem stellen. Hij heeft de opdracht om een nieuwe orde te scheppen. Het protestpopulisme heeft een sterk revolutionair karakter.
Identiteitspopulisme of nationaal-populisme legt de nadruk op de collectieve identiteit van de natie, welke beschermd moet worden tegen negatieve invloeden. Ze richten zich tegen vreemdelingen en roepen op tot zelfverdediging van de nationale identiteit. Deze vorm van populisme kan ontaarden in vormen van racisme. Het identiteitspopulisme kan verbonden zijn met fundamentalistisch leiderschap. Populistische vormen van leiderschap zijn moeilijk te verbinden met echte fundamentalistische stromingen, die de terugkeer van zuivere principes van het geloof nastreven, bijvoorbeeld de principes uit de bijbel of de koran. Er zijn ook niet-religieuze vormen van fundamentalisme, die zich richten op de 'oorspronkelijke' collectieve identiteit.
Fundamentalistisch leiderschap rust op traditioneel gezag, gezag dat gebaseerd is op bevelen waarvan de inhoud wordt bepaald door traditie. Vaak zijn de tradities door hen zelf ontworpen. Zij willen de samenleving systematisch hervormen op grond van de 'zuivere leer'. Dit leidt vaak tot onderdrukking van delen van de bevolking en verheerlijking van de verdedigers van de traditie. Deze vorm van leiderschap is ondemocratisch.
Wat trekt aanhangers in het populisme aan?
Kiezers voelen zich vooral aangetrokken tot het populisme doordat het een beweging is die als geen ander een beroep doet op het gevoel van het volk. Het populisme biedt velen een gevoel van samenhorigheid. De aanhangers willen graag ergens bij horen, zij voelden zich voorheen onbegrepen en ongehoord in de samenleving. Doordat vooral op het gevoel van het volk wordt ingespeeld is het populisme, in het bijzonder het identiteitspopulisme, erg gevoelig voor een intolerante opstelling naar anderen in de samenleving. De overgang naar het aanwakkeren van angst voor de ander of verraad is erg klein.
Verder voelen kiezers zich aangetrokken tot de leider van de groepering, met name bij protestpopulistische bewegingen die vaak een charismatische leider hebben. Het biedt hen de mogelijkheid om zich te identificeren met een leider die 'hen begrijpt'. De leider simplificeert de politiek en vertelt hen in eenvoudige en duidelijke taal waar 'het' omgaat. Hij verwoordt het wantrouwen van het volk en bindt de strijd aan met het vermeende machtsmisbruik van de gevestigde orde. De elite zou enkel aan zijn eigen privileges denken en geen aandacht schenken aan het gewone volk. Hij laat het volk verstelt staan door zijn uiterlijke verschijning en ongewone stijl van handelen. De leiders van populistische bewegingen zijn geen doorsneefiguren.
Het succes van populistische bewegingen
Uit wetenschappelijk onderzoek naar het wisselende succes van populistische partijen in West-Europa blijkt dat sociaal-culturele factoren als bijvoorbeeld klassepositie, religie, woonomstandigheden of het percentage migranten niet doorslaggevend zijn voor het succes van een populistische partij. In elk land afzonderlijk bepaalt de politieke situatie of er behoefte is aan een populistische partij. Er zijn drie factoren die het succes van populistische partijen bevorderen, namelijk het kiesstelsel, de reputatie van de gevestigde partijen en de politieke strijd tussen de oude partijen.
Een kiesstelsel dat wordt gekenmerkt door districten en kiesdrempels verkleint de kans dat een beginnende populistische partij doordringt tot vertegenwoordigende organen. Een kiesstelsel gekenmerkt door evenredige vertegenwoordiging en coalitiepolitiek vergroot die kans.
De reputatie van de gevestigde partijen speelt ook een belangrijke rol, een populistische beweging profiteert van een slechte reputatie. Het populisme ontstaat en wordt gevoed door de onvrede en het wantrouwen van het volk naar de gevestigde orde.
Als laatste is belangrijk de strijd of het gebrek aan strijd tussen de partijen. Wanneer politieke partijen geen duidelijk ideologisch profiel hebben en de regeercultuur wordt gekenmerkt door consensus schept dit ruimte voor een populistische beweging om thema's als veiligheid, migratie en milieu te politiseren. Als er voldoende strijd is in de politieke arena en de politieke partijen profileren zich ideologisch scherp ontstaat deze ruimte niet.
Populistische bewegingen in de regering
Populistische bewegingen die gaan regeren hebben een aantal voordelen boven de gevestigde partijen. De populistische partijen hebben niet zoals traditionele partijen belangengroepen en organisaties als fundament. Deelbelangen bepalen in mindere mate hierdoor de agenda. Ook heeft de leider de vrijheid om standpunten te veranderen door gebrek aan tegenstand van interne partijorganen in tegenstelling tot gevestigde partijen. Verder kan de charismatische leider zich profileren door middel van de tegenstelling oud en nieuw.
Maar populistische bewegingen hebben ook nadelen. Eenmaal aan de macht maken ze kennis met de beperkingen van het politieke spel. Het radicale partijprogramma blijkt niet uitvoerbaar en compromissen zullen gesloten moeten worden. Hun gebrek aan bestuurlijke ervaring en het niet willen conformeren aan de gevestigde gewoonten in de politiek benadeelt hun verder. Wanneer een populistische groepering zich aanpast aan de regels van het politiek spel, verliest de groepering vaak een gedeelte van zijn identiteit en vervreemdt zich hierdoor van zijn achterban. De beweging verliest naar van loop van tijd aanhang en de andere partijen nemen vervolgens in afgezwakte vorm de programmapunten van de beweging over. Veel populistische bewegingen zijn verdwenen in het niets.

Populistische bewegingen in Nederland

Nederland heeft ook populistische bewegingen gekend. Van 1919 tot 1937 kenden we in Nederland de Plattelanderbond i o.l.v. Boer Braat i. De partij zette zich in voor de belangen van boeren en tuinders en zette zich af tegen de 'moderne' stedelijke samenleving. Boer Braat verwierf bekendheid door zijn onparlementaire gedrag en zijn strijd tegen de zomertijd. Van 1919 tot 1933 was de partij een eenmansfractie in de Kamer. In 1933 ging de partij onder een andere naam verder.
Van 1958 tot 1981 was er in Nederland de Boerenpartij i, opgericht door boer Koekkoek. De beweging ontstond als vertegenwoordiger van boerenbelangen en verzette zich tegen de bemoeienis van de overheid met landbouw. De beweging ontwikkelde zich tot een algemene protestpartij die zich vooral verzette tegen overheidsbemoeienis. Van 1963 tot 1981 was de beweging in de Tweede Kamer vertegenwoordigt, tijdens kabinet De Jong 1969-1971 had de partij de meeste zetels, namelijk zeven. Door interne conflicten viel de fractie uiteen en ontstonden er afsplitsingen. Voor de verkiezingen van 1971 had de partij nog een slecht 2 zetels over. In 1981 verdween de Boerenpartij die toen de Rechtse Volkspartij (RVP) heette definitief uit beeld.
In Nederland bestond van 1984 tot 1998 de Centrum-Democraten i van Hans Janmaat i. De Centrum-Democraten ontstonden als afsplitsing van de Centrum Partij. Ze hadden als belangrijkste thema migratie en stelden het eigen volk voorop. Ze zijn met maximaal drie zetels vertegenwoordigt geweest in de Tweede Kamer, maar de beweging is nooit goed doorgebroken.
In 2002 deed Leefbaar Nederland i met de Tweede Kamer verkiezingen mee. De partij wilde het politieke bestel vernieuwen en het verkiezingsprogramma bevatte populistische thema's als directe democratie, beter luisteren naar het volk en minder ambtenaren. In 2002 behaalde de partij twee zetels in de Tweede Kamer, in 2003 keerde de partij niet meer terug.
In 2002 kwam de populistische beweging Lijst Pim Fortuyn op. Na gebroken te hebben met Leefbaar Nederland richtte Fortuyn i zijn eigen beweging op. Fortuyn zette zich af tegen de gevestigde orde, het Paarse kabinet, en profileerde zich vooral op de thema's migratie, zorg, onderwijs, grootschaligheid en veiligheid. De partij behaalde na de moord op Fortuyn in 2002 26 zetels, in 2003 keerde de partij terug in de Tweede Kamer met maar 8 zetels.
In 2006 nam de Partij voor de Vrijheid i (PVV) van Geert Wilders deel aan de verkiezingen. Deze partij geldt als populistisch. De PVV keert zich met name tegen 'islamisering van de Nederlandse samenleving', waarvan in haar ogen sprake is en zet zich verder met name af tegen 'links' in brede zin. Bij de verkiezingen in 2010 haalde de PVV 24 zetels, waarop de VVD en het CDA de PVV betrokken bij het formatieproces. De constructie die toen tot stand kwam was uniek voor Nederland: VVD en CDA vormden een minderheidsregering die in het parlement op de steun van de PVV kon rekenen. 
De PVV wordt ook vertegenwoordigd bij de Gemeenteraadsverkiezingen, Provinciale Statenverkiezingen en in het Europees Parlement. 
Er is ook een groep wetenschappers die partijen als de NSB iDS'70 i en Ouderenpartijen i als populistische bewegingen zien. Sommigen gaan er verder vanuit dat populistische bewegingen wel goed in staat zijn om te regeren en onderdeel van het establishment kunnen worden, zij noemen Nieuw Links i en D66 i als voorbeelden. De Socialistische partij i wordt door hen gezien als de enige populistische beweging die uitgegroeid is tot een gedisciplineerde oppositiepartij. Ten slotte kennen we theorieën over populistische leiders die verbonden zijn aan traditionele partijen, hierbij wordt dan verwezen naar politici als Kuyper iTroelstra iDomela Nieuwenhuis i en Wiegel i.

woensdag 31 augustus 2016

Gedicht

 
 
Na elke oorlog
moet iemand opruimen.
Min of meer netjes
wordt het tenslotte niet vanzelf.
 
Iemand moet het puin
aan de kant schuiven
zodat de vrachtwagens met lijken
door kunnen rijden.
 
Iemand moet waden
door het slijk en de as,
de veren van de canapés,
de splinters van glas
en de bloederige vodden.
 
Iemand moet de balk aanslepen
om de muur te stutten,
iemand het glas in het raam zetten,
de deur in de hengsels tillen.
 
Fotogeniek is het niet
en het kost jaren.
Alle camera’s zijn al
naar een andere oorlog.”
 
Uit: Einde en Begin - Wislawa Szymborska

dinsdag 23 augustus 2016

Geweld: Om over na te denken.


We ontlopen geweld niet door er niet over na te durven denken

Ger Groot − 11/01/16, 21:01
© Flickr/Sarl Dennise. Non-violence, een beeldhouwwerk van de Zweedse kunstenaar Carl Fredrik Reuterswärd dat voor het hoofdkantoor van de Verenigde Naties staat.
column Een lange vredesperiode heeft ons ervan overtuigd dat de geschiedenis maakbaar is met redelijke middelen. Die droom van geweldloosheid is weliswaar hoogstaand en verleidelijk, stelt filosoof Ger Groot, maar meer dan een droom is het niet.
  •  
    Hoe opgelucht menige vrijheidslievende idealist de val van de sjah ook begroet mocht hebben, na een korte machtsstrijd bleek de pest in het land ingeruild te zijn voor de cholera
Ashraf Pahlavi is dood. Ik had eerlijk gezegd nog nooit van haar gehoord, maar haar achternaam klonk bekend. Laat in de jaren zeventig kwam ik als vrijwilliger te werken op het Nederlandse secretariaat van Amnesty International. De eerste grote campagne waarbij ik betrokken raakte richtte zich tegen de wantoestanden van het regime van de sjah van Iran, die eigenlijk Pahlavi bleek te heten. Dat hij een tweelingzuster had stond niet in het voorlichtingsmateriaal van Amnesty. Dat zij, veel meer dan hij, de drijvende kracht was achter de drieste politiek van het bewind, nog minder.

In 1979 verdween de sjah van het toneel en werd Iran een islamitische republiek. Met enige grootheidswaan zou je kunnen zeggen dat onze campagne tegen het oude regime meer succes had gehad dan we ooit hadden kunnen vermoeden. Ongeveer zoals de muis tegen de olifant zegt: 'Wat stampen we lekker!'
Pest ingeruild voor cholera
Het échte stampen begon pas daarna. De gegoede klassen trokken massaal weg uit Iran. De communisten, eerst vervolgd door de sjah, werden zo mogelijk nog wreder bestreden door hun voormalige 'bondgenoten' van het islamitisch verzet. Hoe opgelucht menige vrijheidslievende idealist de val van de sjah ook begroet mocht hebben, na een korte machtsstrijd bleek de pest in het land ingeruild te zijn voor de cholera.

Nee, dat had met onze protesten tegen het voorgaande bewind niets te maken. Wij streden voor de mensenrechten waar ook ter wereld, zonder aanzien des regimes. Maar ook, zo moet ik toegeven, zonder diep na te denken over de gevolgen van de eventuele successen daarvan - of wat daarop lijken mocht. De deugdzaamheid van de inzet was haar eigen rechtvaardiging.

Arabische lente
Noem het een vorm van Gesinnungsethik: de moraal die de waarde van handelingen afmeet aan de intenties ervan. Ik kan haar verdiensten moeilijk ontkennen, maar ze komt wel steeds hardhandiger in botsing met de Realpolitiker in mij. Want wat is er, om bij het heden te blijven, inmiddels niet geworden van de 'Arabische lente' die door bijna iedereen met gejuich werd begroet? In het beste geval een onstabiele natie, in het slechtste een failed state of een verwoestende burgeroorlog. Had het allemaal niet beter kunnen blijven zoals het was, roept af en toe een opstandig stemmetje mij toe.

Die vraag is net zo irrelevant als het stampen van de muis naast de olifant. Geen van beiden verandert iets aan de loop van de geschiedenis, die beheerst wordt door niemand. Dat betekent niet dat menselijke daden er niet toe doen: de hele geschiedenis bestaat uit niets anders. Maar over de betekenis van die daden hebben we net zo min zeggenschap als over hun gevolgen. De stroom ervan raast voort met een donderend geweld waar we ons geen voorstelling meer van durven maken.
  • © AP. Tunesiërs herdenken het begin van de Arabische lente in Sidi Bouzid, waar Mohammed Bouazizi zichzelf op 17 december 2010 in brand stak.
Maakbare geschiedenis
Een ongekend lange vredesperiode heeft ons er gaandeweg van overtuigd dat de geschiedenis maakbaar is met redelijke middelen. De Europese Unie is er nog altijd het kroonjuweel van, al knaagt het geweld en de redeloosheid aan haar grenzen. Misschien moeten we zeggen: al toont zich aan die grenzen de geschiedenis in haar onbarmhartigste gedaante.

De schrijver Heere Heeresma jr. beschreef het doembeeld ervan afgelopen zaterdag in deze krant onverbloemd. Hoe houd je de vluchtelingenstroom die Europa dreigt te destabiliseren werkelijk tegen, zo vroeg hij zich af. 'Eén afschrikwekkend voorbeeld van een doorzeefd bootje met vijftig of honderd opvarenden kan duizenden vluchtelingen rechtsomkeert doen maken,' antwoordde hij. Je wilt het je niet voorstellen.
  •  
    Ook al wensen wij het geweld niet te zien en achten we onszelf ervan gevrijwaard, het bestaat wel
Eigen kinderen opeten
Misschien had Heeresma met zijn artikel alleen maar een satirisch oogmerk, naar het voorbeeld van aan A Modest Proposal van Jonathan Swift. Tijdens de Ierse hongersnood van 1729 stelde die laatste de inwoners van het eiland voor hun eigen kinderen op te eten: wat tegenwoordig een win-win situatie heet. Swifts sarcasme weegt op tegen Heeresma's radicalisering van de steeds luider klinkende roep om 'alle grenzen te sluiten' - want wat zou zoiets in werkelijkheid wel niet betekenen?

Juist daarom moeten we het schrikbeeld van Heeresma serieus nemen. Het pepert ons opnieuw de les in dat de droom van geweldloosheid weliswaar hoogstaand en verleidelijk is, maar desondanks niet meer dan een droom. Zodra de historie zich roert, botst de rede op haar ongenaakbaarheid. Geweld is haar grens - en dat betekent óók dat ze er af en toe tegenaan loopt.

De hemel behoede ons voor Heeresma's apocalyptische taferelen. Maar wij ontlopen ze niet door er niet over te durven nadenken - al was het maar om ze af te wenden. Ook al wensen wij het geweld niet te zien en achten we onszelf ervan gevrijwaard, het bestaat wel - óók als de uiterste grens van ons eigen handelen. Een oplossing biedt het zelden. Ook in dit geval zou het een onvoorstelbare reactie ontketenen. Maar een noodlot is het maar al te vaak, vooral wanneer we onszelf er blind voor maken.